Augustus is oogstmaand!

Op zaterdag 8 augustus kan je met me mee op stiltewandeling bij de abdij van Vlierbeek. Het thema is "de oogst". Omdat ik dan natuurlijk niet zo uitgebreid kan vertellen, schenk ik je mijn allerbeste oogstverhaal al in een blog!


Het was een prachtige zonnige dag geweest, de zon blikt tevreden naar benee. Terwijl ze haar laatste stralen over de wereld zendt,ruisen de korenvelden als een zee van goud. Zo bij zonsondergang is de wereld echt wat je noemt Instagrammable. Ieder ander zou hier intens van genieten, maar de boer die wij aantreffen tussen al deze weelde heeft een zorgelijke blik. Deze man, laten we hem Gerard noemen, heeft namelijk een luxeprobleem: nog nooit is zijn oogst zo rijk geweest, nog nooit zijn schuur zo klein. Hij weet nu al dat hij een deel van dat graan zal moeten verbranden, want zijn schuur is gewoonweg ontoereikend om alles op te slaan. Dat is bijzonder frustrerend zeker als je plannen hebt voor een veranda of een extra zolderkamer en je winst al had uitgeteld. Zo loopt onze boer te piekeren en te zuchten, vol zelfmedelijden. Want: zo jammer, zo zonde!

Terwijl hij tussen de velden ijsbeert, ziet hij niet dat er in de verte een heer aan komt gewandeld. Het is een chique verschijning met een hoge hoed, een lange zwarte jas en een puntig baardje. Als je goed oplet dan ruik je een zweempje zwavel, maar Gerard is een beetje verkouden, dus die merkt daar niets van. Deze wandelaar spreekt onze Gerard aan: “Goedenavond. Beste man wat een sombere blik op zo'n mooie zonnige dag!”. Gerard heeft niet meer aanmoediging nodig om uit te barsten in zelfbeklag en zijn gigantische probleem in geuren en kleuren uit de doeken te doen. Vooral dat gebrek aan opslagruimte steekt, én de gedachte waar hij het geld allemaal aan uit zou kunnen geven. De heer luistert dit allemaal geduldig aan, en doet dan een wel heel boude bewering: “Ik los dat in een handomdraai voor u op! Ik bouw een schuur voor u, geen enkel probleem!”. “Ja maar,” zegt Gerard, “Ik heb die schuur eigenlijk morgenochtend al nodig want dan begint mijn oogst. Ik denk niet dat u voor morgenochtend, voor de haan kraait zeg maar, een schuur zou kunnen hebben getimmerd. Maar, toch bedankt voor het aanbod, heel vriendelijk van u”. “Wacht even!”, is het antwoord, “Ik kan dat wel hoor, een schuur bouwen op één nacht, dat is voor mij een fluitje van een cent! Laat het maar weten, ik ga meteen aan de slag!”

Te mooi om waar te zijn?

Nu is onze Gerard echt een beste man, een tikje hebzuchtig dat wel, maar wel met het hart op de juiste plaats. Daarom besluit hij even mee te gaan in het verhaal. Hij heeft namelijk ergens gehoord dat als mensen de grip op de realiteit zijn verloren, je hen beter niet tegenspreekt. Als je hen gelijk geeft, voelen ze zich gewaardeerd en dat is belangrijk voor iedereen, en zeker voor mensen die een beetje in de war zijn. Daarom zegt Gerard: “Als jij voor mij een schuur wil bouwen tegen morgenvroeg, dan mag jij dat. Er is nog plek op mijn erf. Hoe kan ik je belonen?”. “O”, is het antwoord, “ik vraag niet zoveel hoor. Alleen maar jouw ziel!”. Inwendig moet Gerard er wel een beetje grinniken, want hij heeft hier toch te maken met een wel heel erg apart exemplaar. Maar hij blijft serieus, omdat dat respectvol is. Zo spreken beide heren af dat de ene de andere mag komen halen als de schuur af is voor de eerste haan kraait. “Deal!”, zegt de duivel, want die is het natuurlijk, “als de schuur af is dan neem ik jou mee naar mijn rijk van vuur en dan leg ik jou op de barbecue, …., eh,… dan serveer ik jou een barbecue! Komt helemaal in orde!”.

Gerard loopt lachend naar huis, al zijn zorgen zijn vergeten, want na dit bizarre gesprek is hij zich er meer dan ooit van bewust dat er grotere problemen zijn dan een te kleine schuur. Thuis vertelt hij niets over zijn ontmoeting en zijn vrouw Roos prijst hem nog omdat hij zo veerkrachtig omgaat met tegenslag. Ze drinken samen een tasje lavendelthee en kruipen dan onder de wol, want het zal morgen vroeg dag zijn.

Slaap lekker Gerard!

Een paar uur later treffen we Gerard en zijn vrouw slapend als roosjes aan in hun bed. Het is midden in de nacht en buiten weerklinkt er een enorm lawaai. Roos wordt er wakker van. Met bonzend hart zit ze rechtop in bed en port de slapende Gerard wakker. “Er zijn inbrekers, je moet gaan kijken, vlug!”. Gapend zegt Gerard: “Maar nee jij altijd met je inbrekers, je droomt!”. “Nee, ik hoor het echt! Ga eens beneden kijken!”. Omdat Gerard de kwaadste niet is, gaat hij polshoogte nemen. Na een korte tour door de living en de stallen komt hij terug met een geruststellende boodschap: “Er is echt niemand, ga maar gewoon slapen”.

Maar Roos doet geen oog dicht, want ze blijft een enorm lawaai horen. Zuchtend staat ze op, sluipt op haar tenen naar het raam en trekt de gordijnen open. En wat ze dan ziet; het is ongelofelijk! Ze roept Gerard erbij en die ziet het ook. Voor de zekerheid knijpen ze nog in elkaars armen, maar ze dromen niet.

Op het erf van Gerard en Roos lopen wel honderd kleine duiveltjes rond. Ze sjouwen met houten planken; ze hebben spijkers tussen hun lippen geklemd; ze dragen tangen en hamers, en ze hebben net de muren van een schuur opgetrokken. Met man en macht hijsen ze een gebinte naar boven, terwijl anderen met stapels dakpannen komen aangelopen. Het gaat allemaal razendsnel. Roos is plots klaarwakker: “Gerard, weet jij hier meer van?”. En ja, dan moet Gerard natuurlijk wel bekennen wat er is gebeurd, welk gesprek hij heeft gevoerd en wat hij in de plaats ging geven. “O my God”, zegt Roos, “hoe kan jij zo dom zijn! Jullie mannen ook altijd! En ik jou maar prijzen met je veerkracht. Pure hebzucht, dat was het! Nou, dat heb je dan weer goed geregeld!”. “Maar nee”, stamelt Gerard, “Ik wilde die man gewoon helpen. Ik dacht dat hij dat hij een beetje in de war was met zo'n puntig baardje en een hoge hoed op en een lange zwarte jas en zo’n raar verhaal ook.”

Cherchez la femme!

Roos beseft dat de enige die de boel nu kan redden, zijzelf is. Tegen zoveel onkunde is nu eenmaal enkel een vrouw gewassen. Ze haalt dus haar krulspelden uit, stroopt de mouwen op en vraagt nog even heel precies na hoe het contract in elkaar zat. “Ik weet genoeg”, roept ze en ze stormt de trap af. In de keuken rommelt ze nog snel twee dikke boeken bij elkaar en dan gaat het linea recta richting kippenhok.

Ondanks al het rumoer en geraas zijn die beestjes daar heerlijk aan het slapen: met de snaveltjes onder hun vleugeltjes. Als kippen zouden kunnen snurken dan zouden ze dat zeker doen, maar het is muisstil. Roos haalt diep adem en beseft: dit is haar moment. Ze neemt een stevige positie in, zet haar voeten op heupbreedte en zakt een tikje door de knieën. Dan telt ze telt inwendig tot drie en daarop slaat ze de boeken keihard tegen elkaar, bam! De haan schiet wakker en op automatische piloot weerklinkt het bevrijdende: “Kukeleku!”.

Op het erf valt plots alles stil. De duiveltjes zijn verdwenen. Ze hebben wel een enorme puinzooi achtergelaten, maar beter dat dan een ticket richting hel natuurlijk. Bij zonsopgang blijkt dat Roos net op tijd was: de schuur is namelijk zo goed als af. Het enige wat nog ontbreekt zijn enkele dakpannen. Zo kan je door het dak nog de blauwe lucht zien. Vele handige Harries hebben sindsdien geprobeerd om dit dak te dichten, maar dat is nooit gelukt. Een werk dat de duivel is begonnen, kan een mens immers niet afmaken. Daarom heet de schuur sindsdien: de blauwschuur van Kessel-Lo.

Stiltewandelingen

Elk seizoen gaan Denise en ik op pad op de abdijsite om te ontdekken wat het seizoen ons brengt. De natuur vormt het vertrekpunt, net als de geschiedenis van de site. We integreren aandachtsoefeningen en komen helemaal tot rust. Alleen al het voorbereiden is verrijkend, deze oogst kunnen delen met anderen is nog veel finer! Welkom dus op 8 augustus om 10.30 aan de Westerpoort van de abdij!

Afbeelding: Johan van Hell, 1921, Publiek domein, Rijksmuseum




Reacties

  1. Zo zie je maar, soms kan alleen een vrouw de puinhoop oplossen! (geweldig verhaal!)
    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts