zondag 31 mei 2026

Stiltewandelingen in de abdij van Vlierbeek

Hoe kom jij tot rust? Mijmeren, bezinnen en landen na een drukke week doe ik vaak al wandelend. Ik heb geleerd om daarbij goed te luisteren, te voelen en te kijken. 

Die ervaring deel ik graag met jou tijdens vier stiltewandelingen bij de abdij van Vlierbeek. Ik organiseer die samen met Denise, die de Vlierbeekse meditatiegroep leidt. 

Samen willen we elk seizoen de abdij bewust beleven, om zuurstof op te doen voor het weekend. Deze keer zal ik dus niet uitgebreid verhalen vertellen. wel zal ik hier en daar een korte aanzet doen, die je anders doet kijken en luisteren.

Lijkt het je iets? Meer info vind je in deze flyer:



Afbeelding bovenaan is van: https://id.rijksmuseum.nl/200309284

zondag 24 mei 2026

Herbakken hoofden in Eeklo: iets voor jou?

Ben jij tevreden over je eigen hoofd? Dan wens ik je bij deze een fijne dag, en hoef je niet meer verder te lezen. Heb je toch wat twijfels bij de vormgeving van reukorgaan, kinnebak en oren? Dan loont het de moeite om hier nog even te blijven hangen, want de oplossing ligt dichterbij dan je denkt.

Nee, je hoeft niet naar Turkije af te reizen voor het betere smoelensmeedwerk: je kan gewoon in Eeklo terecht. Ik was er gisteren en hoewel ik geen gebruik heb gemaakt van de diensten van de herbakker, klonk het wel veelbelovend. Vandaar dus enige toelichting bij dit ambacht. Al is een waarschuwing op zijn plaats: wie mooi wil zijn moet pijn lijden.

Het bakproces

Na een intake gesprek en enkele ontwerptekeningen, moet je flink op de tanden bijten. De herbakker zal je namelijk eerst onthoofden. Het hele lijf hermodelleren behoort jammer genoeg niet tot zijn competentieprofiel. Niet dat je dan ijlhoofdig in de wachtkamer hoeft te zitten hoor, maak je geen zorgen. Je krijgt even een kool te leen, dat staat wel zo netjes. Tegenwoordig kan je zelfs kiezen of je een boerenkool wil, een spitskool of een rode kool: kansen te over om jouw persoonlijkheid uit te drukken. (Ik zou zelf voor de bloemkool gaan)

Ondertussen gaat de herbakker aan het boetseren, dat vergt uiteraard de nodige concentratie, dus hij zet de GSM dan even uit. Eens tevreden over het resultaat voegt hij nog een laagje eigeel toe voor een prachtige teint en dan hoppa, de houtgestookte oven in!

Niet zonder risico

Het ambacht bestaat er vervolgens in om ervoor te zorgen dat het hoofd juist lang genoeg gebakken wordt. Net als bij spaghetti is al dente het streefdoel. Helaas lukt dat niet altijd, een herbakker is ook maar een mens.  Je loopt dus wel enig gevaar als je je hoofd verliest. Een te lange baktijd levert immers een heethoofd op, en niemand wil als een halve gare naar huis.

Om die redenen heb ik toch maar afgezien van het aanlokkelijke voorstel. Zo'n misbaksel ben ik nou ok weer niet. En jij? Op naar een weekendje Eeklo?


Schilderij: Rijksmuseum, via deze link:

zondag 17 mei 2026

De heilige van Mei is Collan van Wales



Als dit verhaal één moraal heeft, dan is het wel dat je boekenwurmen met rust moet laten. Als dat het geval zou zijn geweest in onderstaande context, dan zou een drama vermeden zijn. Maar, er zijn altijd cultuurbarbaren die het beter denken te weten. Tsss.

Bon, de lezer in kwestie was Collan, een heilige die na een carrière als soldaat zijn introverte kant zodanig had omarmd dat hij niets liever deed dan zich terugtrekken met een serieus lectuurpakket. Wat kon hij bij het licht van een kaars genieten van rake zinnen, doorwrochte gedachtes en inspirerende ingevingen! 

Laat hem, denk je dan, maar dat was buiten enkele lieden gerekend die ik enkel kan omschrijven als boerenkinkels. 

Deze twee verstoorden de avondrust met zoveel stampij, dat onze Collan zijn zelfbeheersing verloor (niets menselijks blijkt heiligen vreemd) en dus woedend het raam opentrok om de stoorzenders van repliek te dienen. Waar hij excuses had verwacht, ontving hij bijkomende verwijten. En, als of dat nog niet erg genoeg was, suggereerde het schorriemorrie bovendien dat Collan maar beter zijn mond zou houden, anders zou Gwynn ap Nud, de elfenkoning hem komen halen. "Niets te elfenkoning!" gilde Collin buiten zinnen, terwijl hij het raam dichtsmeet. (En vervolgens enkele uren nodig had om zichzelf te herpakken)

Soit, het kwaad was geschied, want de volgende ochtend al verscheen er een faunachtig wezen op zijn stoep, die hem - beleefd maar duidelijk - uitnodigde om kennis te maken met de Gwynn. Collan was ondertussen gekalmeerd en slaagde er zelfs in op beschaafde wijze te bedanken voor de eer "Maar doe hem wel mijn hartelijke groeten", riep hij nog bij het afscheid, terwijl hij zijn volgende boek al opensloeg.

Het mocht niet baten, want die nacht kwam de faun terug, een pak minder hoffelijk. Hij greep Collan respectloos bij de lurven en nam hem mee naar een heuvel een stukje verder op. Onze heilige kon gelukkig nog net een flesje wijwater mee grissen, zodat hij niet met lege handen zou aankomen.

Gwynn ap Nud bleek de kwaadste niet, aanvankelijk was hij zelfs zeer voorkomend toen hij Collan welkom heette in zijn sprookjespaleis. Dat was dan ook prachtig, vol bloemen, ontspannende muziek, kalmerende geuren en prachtige elfen. Collan keek met bewondering rond, maar wist één ding heel zeker: "Kijken mag, aankomen niet". Dat had trouwens geen betrekking op de elfen, maar wel op de lekkernijen die men hem serveerde. "Eén hapje van een roomsoes kan fataal zijn", wist Collin, "en van die betoverende schuimwijn blijf ik ook maar beter af!".

Gwynn bleef nog even proberen met mocktails en verantwoorde bloemkoolhapjes, maar Collin hield voet bij stuk. Om het over een andere boeg te gooien, probeerde de elfenkoning nog complimentjes los te peuteren over de outfits van zijn hovelingen: "Vindt u het rood en het blauw niet prachtig?". Maar Collin was ondertussen al volledig overprikkeld. "Nee!" riep hij verstoord: "Het rood is te fel, zoals de vlammen in de hel, en het blauw is zo koel als de dood!"

Er viel een stilte. Dit was immers zodanig onverwacht, onbeleefd en ongepast dat Gwynn naar adem snakte en totaal geen idee had hoe hij hierop moest reageren. Collan maakte vlug van de gelegenheid gebruik om zijn flesje wijwater te ontkurken en over de paleisvloer leeg te gieten. En dat had effect: want als bij toverslag verdween het hele luchtkasteel. Weg hovelingen, weg feestbanket en weg Gwynn. Toen de laatste druppel was vergoten, stond Collan helemaal alleen op een heuvel. Grinnikend, dat wel.

Kijk, dat had dus echt niet gehoeven, als men hem gewoon had laten lezen hè. 

We vieren Collan op 21 mei met een ongestoord leesuurtje: geniet ervan!

**********

Davind vander kellen: lezende monnik, https://id.rijksmuseum.nl/200210671

Elfen koning en koningin: E. Stuart Hardy (illustrator), Public domain, via Wikimedia Commons

Elfenkoning in opperste staat van verwarring: Internet Archive Book Images, No restrictions, via Wikimedia Commons



zaterdag 9 mei 2026

De ups en downs van een zeemeermin (leestip)

Vroeger wou ik graag zeemeermin worden, of elfje daar was ik niet helemaal uit. Helaas heb ik geen van beide ambities kunnen waarmaken. Hoewel ik nog af en toe denk dat het heerlijk zwemmen zou zijn met een glitter-vissenstaart.

Groot was mijn verbazing dus toen ik deze week las dat zeemeerminnen in het verleden een slechte reputatie hadden. In het beste geval waren het geslepen verleidsters die mannen in de diepte verdronken. Ontzettend ijdele wichten bovendien, die steevast met een kam en een spiegel in de weer waren. Ze droegen hun haren los, wat echt niet gepast was voor een dame van stand. Maar kom, dat waren ze ook niet, de sloeries!

Achter hun instagrammable facade gingen vaak afschuwelijke monsters schuil met scherpe tanden en akelige klauwen stinkend naar rotte eieren. Hun staarten hadden in werkelijkheid niets parelmoerigs, maar leken eerder op slijmerige slangen. Wee de man die zich door hun gezangen of rondborstige aanblik van de wijs liet brengen: enkel de hel was nog goed genoeg voor hem. Als je je dus laat vertederen door snoezige meerminnen op middeleeuwse kerkportalen, weet dan dat ze pure vrouwenhaat symboliseren, of toch angst voor de kracht van lust en begeerte. 



Ondanks dat slechte imago werden niet alle zeemeerminnen over eenzelfde kam geschoren. Melusine bijvoorbeeld, de legendarische voormoeder van de Plantagenets, was dan weer heel beminnelijk. Ze had alleen de pech dat haar man zijn belofte brak. Het was immers afgesproken dat hij haar op zaterdagen ongestoord zou laten badderen. Toen hij toch door het sleutelgat piepte en haar ware aard ontdekte was het uit met de pret. Melusine vloog het raam uit, want vleugels had ze blijkbaar ook.

Later kwam Andersen met zijn lieve, smachtende, kleine zeemeermin als tegengewicht tegen de mannen verslindende vamps die in de negentiende eeuw doorgaans ten tonele werden gevoerd. Vanaf dan staat de zeemeermin ook voor onschuld, en voor het gevoel er niet helemaal bij te horen.

Vandaag zijn zeemeerminnen niet alleen het logo van Starbucks ook vormen ze een symbool voor het feminisme. En ze staan centraal in één van de mooiste kinderboeken ooit: Lampje!

Sarah Clegg neemt je in dit boek mee langs de woelige geschiedenis van zeemeerminnen en hun zusters Als de Lamia, de sirenes en Lilith, de eerste vrouw van Adam. Het is een boeiende geschiedenis waar je wel even je hoofd bij moet houden maar die inspanning wordt dubbel en dwars beloond.








Credits afbeeldingen
- Glas in lood: GO69, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
- Melusine: anonymous, Public domain, via Wikimedia Commons

zaterdag 2 mei 2026

Zes manieren om je huis demon-proof te maken





Het zal je maar gebeuren. Wil je even rustig smikkelen bij de open haard, komt een duiveltje je storen. Zo'n plaaggeest buiten krijgen is onbegonnen werk, daarom handel je beter preventief, en zorg je ervoor dat deze dondersteen niet binnenkomt. 

Wie vandaag zijn huis wil beveiligen investeert daarbij in een alarmsysteem of schaft een dobberman aan om onverwachte bezoekers af te blaffen. In beide gevallen gaat het om een doeltreffende, maar serieuze financiële aderlating. Het loont dan ook de moeite om eens te kijken hoe onze voorouders dat aanpakten. We zouden er zomaar iets van kunnen leren.


Basistip: aandacht voor de drempel


Zo’n honderd jaar geleden focuste de betere beveiliging zich op de drempel van de voordeur. Terecht, want dat was immers dé grens tussen binnen en buiten. En daar kon vanalles gevaarlijks gebeuren. De voornaamste reden daarvan was dat er onder elke drempel een duiveltje woonde. Hoe die daar gekomen was, is niet helemaal duidelijk, en de bronnen vertellen evenmin wat die duivel daar zoals de hele dag zat te doen. Waarschijnlijk fungeerde hij als een soort omgekeerde bewakingsagent: ééntje die vooral onheil, ziekte en ongeluk binnenliet. En die dus altijd op de loer was om je bij je enkels te grijpen, hoe akelig! Om die reden was het sowieso een goed plan om nooit op een drempel te gaan staan. Dat     zou de duivel wakker maken. 

(Meteen snap je ook waarom we een bruid over de drempel dragen. Als zij nog tipsy van de cava per ongeluk op de drempel stapt, dan is het foute boel nog voor de wittebroodsweken zijn begonnen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor haar huwelijkspartner natuurlijk, die eveneens verondersteld wordt nuchter te zijn en op kousenvoeten het huis kan binnensluipen. Laten we de verantwoordelijkheid dus eerlijk verdelen over beide partijen.)


Concreet aan de slag! 


Er zijn verschillende manieren om je dempel extra te beveiligen. Ik rangschik ze even van spotgoedkoop, naar pokkeduur, aan jou de keuze waarin je investeert.
  1. Bestrooi de drempel met zout of wijwater/ (indien beide: dan best eerst het water en dan het zout natuurlijk). Deze reinigen de drempel en houden kwade krachten tegen. Tovenaars en ander gespuis durven dan de drempel niet meer over, en dat is precies wat je moet hebben. (tevens: goedkope manier om te ontdekken wie de kwaadwilligen zijn in jouw omgeving!)
  2. Schrijf met krijt een afwerende spreuk op de drempel of de voordeur. Regelmatig bijwerken is nodig, maar het helpt echt. Literaire parels zijn een leuke extra, maar niet noodzakelijk.
  3. Koop enkele leuke sokken, die naar gelang het seizoen heerlijk warm of lekker fris aanvoelen. Laat je schoenen buiten staan en sluip op kousenvoeten het huis binnen. Scheelt nadien ook een flinke stofzuigbeurt, dus je slaat meerdere vliegen in één klap! Was de sokken wel regelmatig, want duiveltjes worden extra enthousiast van zweetvoeten.
  4. Spijker een geluksbrenger boven de deur. Zoals een hoefijzer bijvoorbeeld. Je ziet op het plaatje hierboven meteen dat de duivel angstig wegholt (al zou ik toch zeggen: "Mevrouw, zet even een stapje opzij, u stata wel erg op de drempel!")
  5. Begraaf onder de drempel een kruisje of een schapuliertje (een kettinkje met een afbeelding van een heilige) Dit werkt nog tien keer zo afstotend als zout of wijwater. Het vergt alleen de nodige moed, want je moet die drempel dan wel openbreken. Ik kan me voorstellen dat een demon daar ietwat knorrig op reageert. Je moet dus voorzichtig zijn en bij voorkeur een rein geweten hebben. Niet voor iedereen een optie dus.
  6. Hang naast of liever nog boven de deur een heiligenbeeld. Een kapelletje is beter. Nog beter: met een permanent brandend kaarsje. Dat helpt altijd, want demonen hebben een hekel aan alles wat licht, gezellig en kleurrijk is.

Een beetje reiziger weet dat deze bijzondere status van de drempel ook in andere culturen gekend is. Ook daar worden deuren extra beveiligd, en mag men zelfs niet met schoenen het huis binnenkomen. De overgang tussen de buitenwereld en de privésfeer is nu eenmaal ontzettend belangrijk.

Wil je dus echt zorgeloos genieten van de betere snack tijdens een rustig avondje thuis, zonder dat een duivel je het vuur aan de schenen legt? Beveilig dan je drempel en er kan je niets gebeuren!

 ******



Het was niet zo makkelijk om een goede illustratie te vinden, maar deze was toch leuk, niet? 
See page for author, CC BY 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/2.0>, via Wikimedia Commons (A self-indulgent man afflicted with gout: the pain is represented by a demon burning his foot. Coloured lithograph by G. Cruikshank, 1818, after Captain Hehl.





Zullen we samen iets organiseren?

Vertragen in drukke tijden, Verbeelding aan het werk zetten, Verbinding maken met elkaar, Verdieping opzoeken Voila, vier redenen waarom...