De heilige van maart is Patrick

Patrick hoedde schapen in Ierland en dat vond hij fantastisch. Hij hield van de groene heuvels, van klaverblaadjes en van zonsopgangen. Hij kon genieten van de herfstkleuren in het bos, van de eerste hyacinten in de lente en zelfs van machtig onweer als hij zijn schapen op het droge had. Maar het allermeest hield hij van zijn kudde. Voor al zijn schapen, zwarte én witte, zou hij door het vuur gaan. En dus zorgde hij goed voor hen.

Nu hoor ik je al denken dat dat niet zo heel bijzonder is. Elke herder zorgt toch voor zijn schapen? Leidt hen in goede banen? Spalkt al eens een gebroken pootje of geeft een lammetje de fles. Allemaal heel nobel, maar om dat nu heldendaden te noemen? Inderdaad, Patrick had een streepje voor, want Patrick kon een beetje toveren.

Hij ontdekte dat bij toeval tijdens een heel gênant moment. Laten we er geen doekjes om winden: het gaat hier om een blunder van formaat. Het gebeurde op die ene, uitzonderlijke dag dat de koning de kudde van Patrick kwam inspecteren. Een hele eer, dat begrijp je wel, en Patrick was dus al dagen van te voren zenuwachtig. 

Toen de vorst naast hem stond en tevreden de schapen telde, zette Patrick met een ferme zwaai zijn staf op de grond. Ja dat was dus de bedoeling, en ook dat het gebaar heel indrukwekkend zou zijn, maar Patrick was een beetje onhandig en de staf kwam terecht op de grote teen van de koning. Dat was niet pijnloos, want die staf had een scherpe punt. U kunt het al raden; de koning vloekte en tierde en huppelde heel onelegant rond op zijn andere voet. 

Patrick schaamde zich ontzettend. Verstijft van schrik staarde hij naar de verwonde teen en kon maar één ding prevelen “O, laat dit snel over zijn”. En tot ieders verbazing stopte het bloeden meteen en heelde de voet, zodat het leek of er niets was gebeurd.

Nu kan dat natuurlijk toeval zijn, en dat dacht Patrick aanvankelijk ook. Maar een paar dagen gebeurde er weer iets vreemds. Patrick was aan het genieten van de zonsondergang en had zijn staf even naast zich in de grond geplant. Hij bleef uren kijken naar het spektakel van kleuren en aaide af en toe een tevreden kauwend schaap. Toen hij bij het maanlicht huiswaarts wilde keren tastte hij naar zijn staf, maar kon deze niet vinden. Op de plaats waar hij die had neer geplant, stond nu een heuse boom. Patrick wreef eens goed in zijn ogen en zocht nog urenlang, maar zijn staf was verdwenen. Misschien ben ik gewoon heel vermoeid, dacht hij nog, en gaat dit over als ik wat beter slaap.


Maar ook toen hij uitgeslapen was, gebeurden er weer wonderlijke dingen. Zo had hij op een avond een kampvuurtje aangestoken. Hij wilde net een melancholisch deuntje op de fluit te berde brengen, toen een gezant van de koning hem erop attent maakte dat het verboden was om vuren te branden. Die nacht moest het helemaal donker zijn, zodat de vorst naar de sterren kon kijken en zijn toekomst kon voorspellen. Heel belangrijk dus en Patrick werd meteen erg nerveus. Hij goot een hele plens water over het vuur, maar dat bleef branden. Vele scheppen aarde konden het vuur niet doven. En ook al verspreidde hij de gloeiende kooltjes, de vlammen leken steeds hoger op te laaien. En nog wekenlang bleef het kampvuurtje naknetteren, wat hem een serieuze boete opleverde.

Drie maal is scheepsrecht, en dat geldt ook voor toverkunsten. Patrick kon er nu niet meer omheen: hij was geen gewone sterveling. Aanvankelijk vond hij dat verschrikkelijk, maar gaandeweg legde hij zich neer bij zijn gave en besloot deze kracht vooral ten goede aan te wenden: namelijk om zijn kudde lieve schaapjes voor onheil te behoeden. Een grote bedreiging voor de schapen waren de slangen, die te pas en vooral te onpas tussen de kudde door kronkelden. Zij beten in de enkels, wurgden al eens een lammetje en hadden Patrick meermaals ferm in zijn hand gebeten. Het vergif had hij snel weggetoverd, natuurlijk, maar het bleef wel vervelend. Elke dag ging Patrick op slangenjacht en verdreef al het addergebroed dat zijn pad kruiste. Maar echt structureel loste hij het probleem daarmee niet op. 

Op een dag was Patrick het meer dan beu en bedacht een plannetje. Hij leidde zijn kudde naar een mals klaverveldje bij de zee, de slangen reisden uiteraard mee. Toen de zon aan het hoogtepunt van de hemel stond, pakte Patrick zijn tamboerijn, sprak een korte spreuk uit, en begon erop te slaan. Eerst heel traag, en toen steeds harder. De slangen kronkelden van ergernis, want zij konden dit geluid niet verdragen. En omdat ze geen handen hadden om voor hun oren te slaan, zat er voor hen maar één ding op: ze kozen het ruime sop en doken de zee in. Patrick sloeg de rest van de dag en ook de hele nacht nog op de trom. Vanuit alle windstreken kwamen de slangen aan gegleden, slissend van waanzin stortten ze zich van de kliffen. Daar gingen ze, allemaal: grote slangen en ook hele kleine addertjes, dikke wurgslangen en zelfs een paar regenwormen met grootheidswaanzin, ze verdwenen in de kolkende golven. Patrick stopte pas toen alle slangen uit het rijk verdwenen waren. 
En met succes, want tot op de dag van vandaag is er in heel Ierland geen slang te bekennen.

Daarom dus is Patrick de held van Ierland. Elk jaar op 17 maart wordt hij gevierd met klaverbladen, optochten en heel veel feestgedruis. Ook op andere dagen van het jaar kan je hem ter hulp roepen als je een veestapel wil beschermen of als je last hebt van ongedierte. Denk dus eens aan hem als je een klaverblaadje ziet!

Credits afbeelding: bobosh_t AKA "Father Ted" on Flickr, Christ the Saviour Church., CC BY-SA 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0>, via Wikimedia Commons

Credits postzegel: Irish Minister of Posts and Telegraphs, Public domain, via Wikimedia Commons

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts