De heilige van Mei is Collan van Wales



Als dit verhaal één moraal heeft, dan is het wel dat je boekenwurmen met rust moet laten. Als dat het geval zou zijn geweest in onderstaande context, dan zou een drama vermeden zijn. Maar, er zijn altijd cultuurbarbaren die het beter denken te weten. Tsss.

Bon, de lezer in kwestie was Collan, een heilige die na een carrière als soldaat zijn introverte kant zodanig had omarmd dat hij niets liever deed dan zich terugtrekken met een serieus lectuurpakket. Wat kon hij bij het licht van een kaars genieten van rake zinnen, doorwrochte gedachtes en inspirerende ingevingen! 

Laat hem, denk je dan, maar dat was buiten enkele lieden gerekend die ik enkel kan omschrijven als boerenkinkels. 

Deze twee verstoorden de avondrust met zoveel stampij, dat onze Collan zijn zelfbeheersing verloor (niets menselijks blijkt heiligen vreemd) en dus woedend het raam opentrok om de stoorzenders van repliek te dienen. Waar hij excuses had verwacht, ontving hij bijkomende verwijten. En, als of dat nog niet erg genoeg was, suggereerde het schorriemorrie bovendien dat Collan maar beter zijn mond zou houden, anders zou Gwynn ap Nud, de elfenkoning hem komen halen. "Niets te elfenkoning!" gilde Collin buiten zinnen, terwijl hij het raam dichtsmeet. (En vervolgens enkele uren nodig had om zichzelf te herpakken)

Soit, het kwaad was geschied, want de volgende ochtend al verscheen er een faunachtig wezen op zijn stoep, die hem - beleefd maar duidelijk - uitnodigde om kennis te maken met de Gwynn. Collan was ondertussen gekalmeerd en slaagde er zelfs in op beschaafde wijze te bedanken voor de eer "Maar doe hem wel mijn hartelijke groeten", riep hij nog bij het afscheid, terwijl hij zijn volgende boek al opensloeg.

Het mocht niet baten, want die nacht kwam de faun terug, een pak minder hoffelijk. Hij greep Collan respectloos bij de lurven en nam hem mee naar een heuvel een stukje verder op. Onze heilige kon gelukkig nog net een flesje wijwater mee grissen, zodat hij niet met lege handen zou aankomen.

Gwynn ap Nud bleek de kwaadste niet, aanvankelijk was hij zelfs zeer voorkomend toen hij Collan welkom heette in zijn sprookjespaleis. Dat was dan ook prachtig, vol bloemen, ontspannende muziek, kalmerende geuren en prachtige elfen. Collan keek met bewondering rond, maar wist één ding heel zeker: "Kijken mag, aankomen niet". Dat had trouwens geen betrekking op de elfen, maar wel op de lekkernijen die men hem serveerde. "Eén hapje van een roomsoes kan fataal zijn", wist Collin, "en van die betoverende schuimwijn blijf ik ook maar beter af!".

Gwynn bleef nog even proberen met mocktails en verantwoorde bloemkoolhapjes, maar Collin hield voet bij stuk. Om het over een andere boeg te gooien, probeerde de elfenkoning nog complimentjes los te peuteren over de outfits van zijn hovelingen: "Vindt u het rood en het blauw niet prachtig?". Maar Collin was ondertussen al volledig overprikkeld. "Nee!" riep hij verstoord: "Het rood is te fel, zoals de vlammen in de hel, en het blauw is zo koel als de dood!"

Er viel een stilte. Dit was immers zodanig onverwacht, onbeleefd en ongepast dat Gwynn naar adem snakte en totaal geen idee had hoe hij hierop moest reageren. Collan maakte vlug van de gelegenheid gebruik om zijn flesje wijwater te ontkurken en over de paleisvloer leeg te gieten. En dat had effect: want als bij toverslag verdween het hele luchtkasteel. Weg hovelingen, weg feestbanket en weg Gwynn. Toen de laatste druppel was vergoten, stond Collan helemaal alleen op een heuvel. Grinnikend, dat wel.

Kijk, dat had dus echt niet gehoeven, als men hem gewoon had laten lezen hè. 

We vieren Collan op 21 mei met een ongestoord leesuurtje: geniet ervan!

**********

Davind vander kellen: lezende monnik, https://id.rijksmuseum.nl/200210671

Elfen koning en koningin: E. Stuart Hardy (illustrator), Public domain, via Wikimedia Commons

Elfenkoning in opperste staat van verwarring: Internet Archive Book Images, No restrictions, via Wikimedia Commons



Reacties

Populaire posts