zaterdag 14 februari 2026

Verliefd op een weerwolf, wat nu?



Mijn allerbeste verhaal eindigt met een serieuze cliffhanger. De hoofdpersoon ontdekt namelijk dat daar vriendje bijklust als weerwolf. Ze staart hem vol ontzetting aan, en daarop eindigt het verhaal. “Wat nu?”, vraag ik dan graag aan mijn publiek.

90% van de toehoorders gaat ervan uit dat de relatie ten einde is. Slechts één op de tien is positiever ingesteld en heeft vertrouwen dat de liefde ook een dergelijke hindernis zal overwinnen. Echte schoonheid zit toch van binnen? Ruwe bolsters hebben toch blanke pitten? Iedereen verdient een kans. Dat soort overwegingen.

Deze week las ik in een mooie verzameling volksverhalen uit Nederland en Vlaanderen twee keer een vervolg op dit verhaal. En ter gelegenheid van Valentijn, deel ik ze graag met jou.

Optie één: een expert erbij halen


In een Zeeuws verhaal ontdekt het meisje net als in Vlierbeek dat haar geliefde een weerwolf is. Blij is ze daar niet mee, dat is begrijpelijk. Ze holt vol afschuw weg, en wil hem maar al te graag dumpen. Dat is echter buiten haar vader gerekend. Die houdt het hoofd koel en zegt: “Kom, we gaan dit eens eventjes onderzoeken”. Meneer pastoor wordt om raad gevraagd, en die schakelt de paters van Dendermonde in, dé experten ter zake.

Een van die paters maakt de reis naar Koewacht, en spreekt bij aankomst meteen een bezwering uit. Daarop kan de jongeman niet anders dan toegeven dat hij betoverd is dat hij ergens in een holle boomstam een zwart pak heeft verborgen. Bij volle maan voelt hij de onweerstaanbare drang om dat pak aan te trekken. Het is werkelijk sterker dan hem zelf, ocharme.

De oplossing ligt dan ook voor de hand. Het pak wordt tevoorschijn getrokken en verbrand. Oké de jongeling spartelt wel nog wat tegen maar uiteindelijk is hij verlost van deze last, oef. Het meisje draait vervolgens vlotjes bij. Enkele regels verder luiden de huwelijksklokken al. Ze leefden dan ook nog lang en gelukkig en hij heeft zich nooit meer bijterig gedragen.


Optie twee: alle signalen gewoon negeren

Ook in Maastricht trouwde een meisje met een weerwolf. Niet dat ze dat zelf had vastgesteld zoals in de vorige verhalen. Het was eerder zo dat een heks het had voorspeld. Omdat ze daar niet in geloofde, negeerde het meisje alle mogelijke alarmbellen. Die hoekige snijtanden, die avondlijke afwezigheden, die gulzige vleesconsumptie: ze ging er niet op door. De aantrekkingskracht was nu eenmaal te groot, ze moest en zou hem hebben. Oh, liefde maakt kortzichtig, dat weten we allemaal.

Pas tijdens de huwelijksnacht merkte ze dat er iets niet in de haak was. Want toen ze tussendoor even ontwaakte, was de bruidegom verdwenen. En ook de volgende nacht was zijn kant van het ledikant verlaten. Daarom besloot ze hem de derde nacht op te wachten. Groot was haar verbazing toen hij inderdaad in een wolvenoutfit thuiskwam. Hij wilde net zijn pak uittrekken toen ze triomfantelijk uitriep: “Ik heb het gezien, je bent een weerwolf!” Dat had ze beter niet kunnen zeggen want hij heeft haar toen onmiddellijk opgegeten. (ook hier blijkt weer hoe abrupt sommige volksverhalen kunnen eindigen)

Wat nu?



Nu ben ik eigenlijk wel benieuwd welke versie jij de beste vindt? Gaan we voor de brute natuurwetten of voor de onderzoeksmatige benadering? Laat het weten!

Dit soort fantastische verhalen vind je dus in de prachtige bloemlezing Half haantje en de hardrijder . Ik kan het je van harte aanbevelen.

Leuk Valentijnsgeschenkje ook!










De afbeelding van de loup garou is publiek domein via Wikimedia Commons

Miniatuur Gerald of Wales (Giraldus Cambrensis), Public domain, via Wikimedia Commons

zondag 8 februari 2026

De heilige van februari is: Apollonia



Oké ik geef het toe de afbeelding is wel een beetje een spoiler voor wat Apollonia allemaal heeft ondergaan. Sta mij toe om even terug te spoelen en te beginnen bij het begin.

Apollonia was jong en eigenzinnig, een combinatie die wel vaker voorkomt. Vandaag de dag geeft dat je een zekere cool, in het verleden was je er echter gloeiend bij. In haar tijd hield men er nogal van als alle neuzen dezelfde richting op stonden. En dan is een buitenbeentje een probleem.

Waar het om ging? Wel, alle buren, vrienden en kennissen van Apollonia hadden een gezamenlijke hobby: het aanbidden van een gouden godenbeeld. Niet dat Apollonia dat geen mooi kunstwerk vond hoor, het mocht er best zijn, maar zelf had ze er niet zoveel mee. “You do you” dacht ze genereus, als ik maar niet mee hoef mee te doen met jullie onnozele gedans en geplengoffer.

Had ze dat even fout ingeschat! Eerst vroegen de buren haar nog vriendelijk om mee te komen. Daarna probeerde haar familie haar over te halen om toch door de zure appel heen te bijten: dan zou ze merken hoe fijn het was. Toen dat ook niet hielp, greep de burgemeester in en dreigde met verbanning. Het mocht niet baten: Apollonia bleef zichzelf trouw, ze beet zelfs behoorlijk van zich af.

Je begrijpt dat de mensen daar niet mee konden lachen. Steeds minder vriendinnen kwamen langs. Buren keken de andere kant op als ze voorbijkwam. En op geen enkel feestje werd ze nog uitgenodigd. Dat laatste vond Apollonia niet zo erg, want ze was toch al een eerder introvert typje en zette liever haar tanden in een goed boek.

Hier had mijn verhaal kunnen eindigen, een tikje sneu maar op zich wel prima. Helaas beten de inwoners zich nogal vast in de “zaak Apollonia”, en besloten dan maar tot kwaadschikse actie over te gaan. Ze sleurden haar immers onzachtzinnig door de straten en pootten haar respectloos neer voor het godenbeeld. “Hulde brengen!” was de opdracht.

Apollonia had op dat moment knarsentandend toe kunnen geven. Ik denk dat we dat allemaal wel hadden begrepen. Maar eigenzinnig als altijd, besloot ze door te bijten. Ze zei dus met heldere stem “nee!” waarop een ijzige stilte viel.

Precies omdat iedereen zijn adem inhield, was het gekraak meteen te horen. Het begon ergens binnenin het beeld, al snel verschenen de eerste scheurtjes en nog enkele tellen later knapte er iets. Het eens zo mooie beeld verbrijzelde waar iedereen bij stond en de brokstukken vlogen in het rond.

Naderhand beweerde Apollonia nog dat ze een kwade geest uit het beeld had verdreven, maar daar dachten haar medebewoners duidelijk anders over. “Hekserij!” riepen ze. Jij weet al hoe haar bestraffing er in de praktijk heeft uitgezien. Laten we het even neutraal samenvatten als “de overtreffende trap van een akelig tandartsbezoek”.

De stedelingen dachten dat Apollonia nu wel zou toegeven dat ze haar tanden had stukgebeten op deze kwestie. En dat ze uit spijt wel een tandje zou bijsteken om het beeld weer in ere te herstellen. Maar, dat was Apollonia niet van plan, wat dacht je? Zelfs toen men een knetterend brandstapeltje voor haar klaarzette, hield ze de tanden stijf op elkaar (figuurlijk dan). Meer nog, ze besloot de eer aan zichzelf te houden. Met een laatste vurige krachtinspanning vocht ze zich los, nam een aanloop en spong, hop, de vlammen in. Tsssssssssssss.

Apollonia is vandaag de beschermheilige van de tandartsen en de kaakchirurgen. We vieren haar op 9 februari met een extra grondige flosbeurt. Denk dus aan haar de volgende keer dat je een vulling krijgt, dat relativeert de marteling die je moet ondergaan!

De afbeeldingen komen opnieuw uit het rijksmuseum
https://id.rijksmuseum.nl/200118249
https://id.rijksmuseum.nl/200162910







zondag 1 februari 2026

Hoera voor Februari!

Ooit gaf ik een f*** februari feest. Ja, sorry voor de uitdrukking maar zo voelde dus echt. Februari was voor mij toch vaak de rotste maand van het jaar: er leek maar geen einde te komen aan de kou en de duisternis. Dit jaar kijk ik er echter helemaal anders tegenaan en verheug ik me zelfs op februari: wat een beetje historisch inzicht al niet met een mens kan doen!

Ik ben er namelijk achter gekomen dat de lente niet begint op 21 maart maar op 1 februari. In de natuur is begin februari namelijk een keerpunt: vanaf dat moment is er dus niet alleen meer avondlicht beschikbaar, maar lengen de dagen ook in de ochtend. Dat moet gevierd worden natuurlijk!

De oude Ieren deden dat al op 1 februari. Zij eerden toen de lichtgodin Briget, die ook waakte over de vruchtbaarheid. Er zijn Keltische heiligdommen gebouwd om het eerste licht van Imbolc, het feest van Briget op te vangen. Begin februari werden er zaadjes geplant, en werd er schoongemaakt om een nieuwe periode in het jaar proper te kunnen starten (wel zo fijn, toch?) Saint Bridget, één van de beschermheiligen van Ierland, is de opvolgster van deze oude godin.

De katholieke traditie viert op 2 februari Maria Lichtmis: wat ook alles te maken heeft met de terugkeer van het licht. Je kan dan de kaarsen in de kerk laten zegenen, die die kaarsen waren ideale heksenafweerders. Ik zelf ga op lichtmis ook pannenkoeken bakken. Die zouden de zon symboliseren, als extra aanmoediging om de dagen eens goed uit te rekken!

De maand februari is trouwens vernoemd naar Februus en dat is de Etruskische god van de onderwereld. Hij stond in contact met spoken en geesten en kon die ook op dat moment eventjes terug naar boven sturen. Maar hij werd vooral vereerd met feesten rond boetedoening en reiniging. Zo’n detox heeft een mens af en toe gewoon nodig, niet?

Kortom: vier dit weekend de zon en de lente. Ontsteek een vuur! Bak een pannenkoek, of geniet gewoon van de al net iets vroegere zonsopgang. Hoe dan ook: ik wens jou een prachtige februari maand toe!



De afbeelding komt weer uit het Rijksmuseum

zaterdag 24 januari 2026

Nu te spotten: heksenbezems!

Alle begin is moeilijk en daar kunnen heksen ook over meepraten. Vliegen op een bezemsteel is immers geen sinecure. Opstijgen ça va nog, maar landen is een ander verhaal. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het trotseren van stormen en orkanen. Je kan nog zoveel magie in de vingers hebben, als je in een onweer terecht komt, vraagt dat toch heel wat praktische skills en behendigheid.

Zo komt het dus wel eens voor dat een heks zichzelf vastvliegt in een boom. Dat is een beetje gênant natuurlijk en dus niet iets dat je meteen aan de grote klok gaat hangen. Soms lukt het ook wel om met enig trek- en sleurwerk de bezem te bevrijden. Maar even vaak geven heksen er de brui aan en laten hun bezem gewoon achter. Dan komen ze achteraf met de uitleg dat ze zijn gevallen voor een nieuw model of zo, daar valt wel een mouw aan te passen.

In zomerse tijden wordt een dergelijk gebrek aan stuurkunsten bedekt door gebladerte. Maar in winter is het ineens pijnlijk duidelijk hoeveel blunders er zijn begaan. Ik wil je bij deze dus aanmoedigen om dit weekend heksenbezems te spotten. Dat geeft meteen een goede indicatie van het aantal heksen in jouw buurt. Laten we stellen dat gemiddeld één op de tien heksen dit wel eens voor heeft. Dan weet je waarschijnlijk genoeg. Dit trof ik (tot mijn ontzetting!) aan in het park bij mij om de hoek



Nu zijn er altijd mensen die niet in magie geloven en die hebben een heel wetenschappelijke uitleg voor dit verschijnsel. Het zou namelijk om een soort schimmel gaan die zorgt voor een takkenwoekering. Het kan natuurlijk, maar wie heeft die boom dan vervloekt? A! Daar heeft niemand het over!

Soit, allemaal aanloop naar de volgende ontboezeming: ik zou graag zo’n achtergelaten heksenbezem willen hebben. Echter, met hoogtevrees durf ik hier niet aan te beginnen. Misschien heb jij meer lef en vis je zo’n bezem er snel even uit. Dan kan je die op de volgende manieren inzetten:
  1. Voor je voordeur zetten als heksenafweer (een beetje contra-intuïtief, want ik zou dan net denken dat een heks zich welkom zou voelen, of aanbelt om je te bedanken dat je haar bezem hebt teruggevonden. Maar heksen hebben een andere bedrading in hun brein, dus die gaan helemaal anders om met dit gegeven en die hollen net weg).
  2. Als een soort van dromenvanger boven je bed hangen. Vooral dan om de Maar af te wenden. Dat is een monsterlijk schepsel dat ’s nachts op je bed springt en de meest afgrijselijke dromen in je oor fluistert. En die wil je dus niet in je slaapkamer. Blijkbaar raakt zo’n Maar zelf in de war van zo’n bezem, en dat is nu precies wat je moet hebben.
Kortom: het loont de moeite om even te investeren in het betere klim- en zaagwerk. Moest je de komende dagen zo’n bezem op overschot hebben, dan hou ik me graag aanbevolen. Succes!


De eerste afbeelding is een detail uit:  https://id.rijksmuseum.nl/200248078




zaterdag 17 januari 2026

De heilige van januari is: Agnes


Schoonheid is niet altijd een zegen, vraag dat maar aan Agnes. Op haar dertiende was ze al zo prachtig dat de mannen in de rij stonden om met haar te trouwen. Agnes had echter andere plannen. Zij wilde immers veel liever mijmeren en mediteren. Een leven als moeder van een sliert snotneuzen zag ze helemaal niet zitten.  Slim, want het is alom bekend dat je dan rustige leesuurtjes wel kan vergeten.  Agnes zei dus “nee” tegen iedereen. Tegen de bakker, tegen de politieagent, tegen de stratenmaker en ook tegen de zoon van de perfect.

Die laatste was aanvankelijk enorm verbaasd, want hij had haar heel wat rijkdom en status te bieden. Maar Agnes hield voet bij stuk en dat viel niet in goede aarde. Grote ego’s hebben immers kleine kantjes en dus sleepte hij haar voor het gerecht. Daar probeerde de rechter Agnes nog op andere gedachten te brengen, doch tevergeefs, "Geen haar op mijn hoofd!", zei ze. Volgens de een of andere vreemde logica werd ze dan maar verbannen naar een bordeel. Slik!

De meesten onder ons die zouden nu ontzettend bang zijn en proberen te ontsnappen. Of juist zakdoeken vol snotteren. Maar dappere Agnes schreed met opgeheven hoofd het huis der ontucht binnen. Al snel vormden zich lange rijen van hitsige mannen die  haar wel eens van naderbij wilden inspecteren. In afwachting van het echte werk, konden zij zich al verheugen op een striptease act. Maar toen men haar van haar kleding ontdeed gebeurde er iets wonderlijks. Razendsnel begon haar haar te groeien tot Rapunzel-lengte. Onmiddellijk bedekte het haar hele lichaam. Enkel een paar mannen die vooraan in de rij hadden gestaan konden misschien nog een glimp van een hiel of een streepje kuit opvangen. Zij werden prompt met blindheid geslagen en sommige onder hen overleefden de aanblik niet.

Nu zou je denken dat Agnes gered was door deze goddelijke interventie, maar ik moet je helaas teleurstellen. Agnes kwam namelijk van de regen in de drop. Zo’n wonderlijke haargroei kon enkel het gevolg zijn van hekserij dacht men; en dus sleepte men haar opnieuw voor de rechter. Die moest niet lang nadenken en veroordeelde Agnes tot de brandstapel, een knettergek idee, maar soit.


Ook nu bleef Agnes weer ijzig kalm, en dat met recht en rede, zo bleek. Het vuur likte wel even voorzichtig aan haar poezelige teentjes, maar liet haar prachtig lijfje verder gerust. 

De mannen van Rome konden echter zo slecht tegen hun verlies dat ze een zwaard trokken en de arme Agnes onthoofden. Dat lukte helaas wel.

De volgende nacht verscheen Agnes aan haar ouders om hun te verzekeren dat ze ongedeerd was. Ze vertelde dat het goed met haar ging en dat ze gelukkig was daar in de hemel waar ze eindeloos kon mijmeren en niemand haar lastig viel.

Enkel een lief lammetje houdt haar daar op de wolken gezelschap. Heel knusjes ligt het aan haar voeten als ze weer eens in een boek verzonken is.


Op 21 januari vieren we Agnes. Ze wordt steevast afgebeeld met een palmtak omdat ze een martelaar is. Een snoezig lammetje staat altijd aan haar zij. En natuurlijk heeft ze prachtige lange lokken. Agnes is de beschermheilige van verloofde koppels, van jonge vrouwen en wat mij betreft ook van vrouwen die er ondanks alles voor kiezen om helemaal hun eigen weg te gaan!


****

De afbeeldingen komen uit het Rijksmuseum
https://id.rijksmuseum.nl/200109261

zaterdag 10 januari 2026

Museumstuk: de heksenbal




Misschien ben ik te laat en heb jij al je kerstspullen al opgeruimd. Moest dat niet het geval zijn, dan zou ik zeggen: leg wat kerstballen opzij. Je kan deze namelijk perfect recycleren als heksenbal. Dat is ook waar ze oorspronkelijk vandaan komen.

In verschillende musea kan je ze nog terugvinden deze heksenballen. Ze zijn een maatje groter dan de doorsnee kerstbal, maar even goed glimmend en vaak ook verzilverd. Sommigen zien eruit als een hele grote knikker met gekleurde spiralen erin.

Deze ballen hing men in de achttiende en negentiende eeuw voor de ramen zodat het licht er goed op kon schijnen. Ze glitterden en sprankelden dus van jewelste. Heksen en kwade geesten zouden aangetrokken worden door deze glitter en glamour, en vervolgens zijn er dan twee scenario's:
  1. De heks, duivel of boze geest ziet zichzelf en verschrompelt, of holt verschrikt weg.
  2. De snoodaard wordt opgeslorpt door de bol en zit daar vervolgens in opgesloten.
In beide gevallen is je huis dus veilig voor dit soort kwaadaardigheid, en dat was precies de bedoeling! (Gebruiksaanwijzing: om de werking te blijven garanderen moet je de bol natuurlijk wel regelmatig even opblinken)

Ik heb me de voorbije dagen geamuseerd met het opsporen van heksenballen in museumcollecties en puur voor de fun geef ik je hier even een lijstje ook met linkjes naar video 's hierover voor als je er echt wil induiken:


Trouwens, in mijn zoektocht vond ik ook die DIY heksenballen van hedendaagse makelij. Men stopt dan, al dan niet spreuken prevelend, allerlei spullen in een glazen bal, zoals kaneel, takjes, mos, veertjes, briefjes met wensen. Hier vind ik geen historisch bewijs voor, het lijkt mij dus vooral een gezellige vertaling te zijn (en dat is ook prima).

Ik ben nu zwaar aan het overwegen om toch nog een kerstbal voor de ramen te hangen ook al staat dat een beetje gek. Je kunt maar beter zeker en veilig zijn, toch?

****

De afbeelding komt uit Boston: Anonyme circa 1825-1850, Public domain, via Wikimedia Commons 



zaterdag 3 januari 2026

Leestip: De duistere kant van de driekoningentaart


Misschien staat het bij jou ook nog op de planning: het aansnijden van de driekoningentaart. Mijn ouders deden vroeger hun uiterste best om ervoor te zorgen dat de boon bij mij terecht kwam. Hoe heerlijk! Al bleek mijn autoriteit als tijdelijke koning zich te beperken tot de keuze voor het TV-programma, en was het bepalen van het slaapuur helaas niet inbegrepen…

Dat die gezellige traditie ook een duistere kant heeft, leerde ik deze week in een uiterst verontrustend boek: The dead of Winter. Sarah Clegg vertelt daarin dat driekoningenfeesten in het verleden al eens zwaar uit de hand konden lopen. De koning die op de twelfth night aan de macht kwam, heette immers the Lord of Misrule (koning van het wangedrag) en dat mag je gerust letterlijk nemen. Zijn bewind leidde regelmatig tot ernstige vormen van vandalisme, heiligschennis en soms zelfs opstanden en moorden.

Pas in de negentiende eeuw werd de kerstperiode als geheel en de driekoningenviering in het bijzonder getemd. Vanaf dan is het een knus gebeuren, binnen de veilige muren van het huis. Met een kerstboom en beschaafde conversaties en zo. Maar voordien was het dus één en al uitspatterij. En dat betekende ook dat er heel wat demonen, duivels en heksen tussen kerst en driekoningen opdoken. In dit boek lees je meer over die huiveringwekkende verschijnselen, zoals:
  • duivels als Krampus die stoute kinderen meeslepen;
  • de wilde jacht die doden over de aarde doet razen (pas op dat je niet wordt meegesleept);
  • hoe je op kerstochtend een spookprocessie kan zien en zo weet wie er het volgende jaar zal overlijden;
  • gemaskerde wildemannen die je huis binnen dringen om geld vragen, als ritueel;
  • zegeningen van boomgaarden, waar heel veel cider aan te pas komt, met alle gevolgen van dien.
En ik zat dat allemaal gezellig te lezen knus in een leunstoel met minstens één kat op schoot en een kopje thee bij de hand. Kwestie van zoveel demonische krachten toch een beetje op afstand te houden.



Je leest nog meer over die Lord of Misrule hier
De afbeelding bovenaan komt uit het Rijksmuseum: https://id.rijksmuseum.nl/200181843

Zullen we samen iets organiseren?

Vertragen in drukke tijden, Verbeelding aan het werk zetten, Verbinding maken met elkaar, Verdieping opzoeken Voila, vier redenen waarom...