zondag 5 april 2026

Cupido volgens Jean de la Fontaine – Leestip




Bij liefde hoort rozengeur, maneschijn, een romantisch vioolmuziekje en…Cupido. Hij is het die gouden liefdespijlen afvuurt en we weten allemaal wat voor gevolgen dat kan hebben. Deze week las ik een fabel van Jean de La Fontaine over diezelfde Cupido. Ik vond het een verhelderend relaas en deel het dan ook graag met jou. In levende lijve op Erfgoeddag, en hier alvast in een korte versie.

Cupido was de zoon van Venus, de godin van de liefde. In haar opdracht vloog hij de hele wereld rond om de liefde te verspreiden. Dat was heerlijk, vooral ook omdat hij dan eventjes weg was van die Olympus. Want tussen ons gezegd en gezwegen: Cupido vond het daar behoorlijk saai met al die oude goden. Die konden nogal zeuren, snap je, en ze waren ook nogal gefocust op hun eigen navel.

Gelukkig vond Cupido na een tijdje een speelkameraadje; Zotje heette die. Ze had net als hij vrolijke krullen, kleine vleugeltjes , maar vooral: sprankelende oogjes en heel veel dwaze plannen. Zotje danste graag op blote voeten, riep op de haverklap “tikkie jij bent ‘m!” en vertelde van die hele flauwe moppen, waar Cupido altijd superhard om moest lachen.

 

Nee, Zotje was geweldig, maar ook geweldig vermoeiend! Toen Cupido op een dag even een pauze wilde inlassen, werd Zotje boos. Ze gaf hem zo’n harde klap dat hij achteroverviel op de stenen vloer. Au!

Wat denk je? Een flinke hersenschudding had die arme Cupido te pakken! Hij zag helemaal dubbel. Zotje schoot in de lach want ze vond dat behoorlijk grappig. Maar dat was het niet. Integendeel

Venus was in alle staten, wie moest nu de liefdespijlen afvuren? Dat praktische werk was uiteraard de min voor een godin, er zijn grenzen!  Bovendien zon Venus op wraak: een godenkind bewusteloos slaan, wat een idéé. Venus maakte zoveel stampij dat de andere goden er ambetant van werden. Het is immers net iets minder chill om nectar en ambrozijn te nuttigen als er ondertussen ruzie wordt gemaakt. De goden porden Jupiter dus aan: “Los het op, en laat ons verder relaxen”.

Jupiter kluste inderdaad bij als rechter, maar wilde zich liever fulltime concentreren op amoureuze escapades. Daarom was zijn oordeel snel geveld. Zotje moest als straf Cupido assisteren bij zijn taak. Case closed, en op naar het buffet!

Dus, beste mensen, sindsdien:

  • Is de liefde niet blind, maar wel behoorlijk slechtziend
  • En gaat hij altijd hand in hand met zotheid!




Meer lezen en horen?

Ik vond dit verhaal in deze mooie vertaling van de fabels van Jean de la Fontaine. Gek genoeg vind ik er verder geen referentie naar, geen idee dus waar onze Jean de mosterd haalde. In de kunstgeschiedenis wordt Cupido wel met een blinddoek afgebeeld, maar niet hand in hand met de dwaasheid, behalve dan in de gravures bij het werk van Fontaine. 

Op 26 april 2026 vertel ik in de abdij van Vlierbeek ook nog twee andere fabels van Jean de la Fontaine. Er zal ook muziek zijn en theater! Heerlijk om zo de krachten te bundelen. Je kan er gratis bij zijn, maar je moet je wel even aanmelden. Dat kan via mij of via vlierbeekvertelt -ad – gmail.com. We spelen op 14.00 en om 16.00. Tot dan?



Afbeeldingen


https://id.rijksmuseum.nl/200170491
Jean de La Fontaine, Public domain, via Wikimedia Commons
Aliamet-Oudry-La Fontaine-L'amour et la folie.jpg|Aliamet-Oudry-La Fontaine-L'amour et la folie

 

zaterdag 28 maart 2026

Walvis ontschepen als een pro.






Er zijn zo van die oude verhalen die me blijven fascineren. Zo heb ik deze week op de één of andere manier ineens een diepe interesse in Jonas, en dan vooral in de praktische vraag: hoe kom je uit een walvis? Er is keuze, dat kan ik al verklappen.Maar laat ik bij het begin beginnen.

Eerst en vooral: hoe kom je erin?

Om enigszins heroïsch uit een walvis te kunnen stappen, moet je er natuurlijk eerst in geraken, dat is logisch. Het geval van Jonas kunnen we catalogiseren onder de noemer: “extreem wegloopgedrag”. Meneer kreeg een heldere opdracht (namelijk een vijandig dorp aansporen om hun leven te beteren) en hij dacht: “mooi niet, ik vaar de andere kant op!”

Dat leverde aanvankelijk een externe storm op, waarna Jonas ook in een interne brainstorm belandde. Die leidde tot de zeer originele oplossing om de storm te bedaren: zelf overboord gaan. Van out of the box denken gesproken!

Een toevallig passerende walvis hapte toe, en bood Jonas drie dagen ruimte voor zelfzorg, reflectie en meditatie. Wat Jonas na wat initiële weerstand ook deed. Walvisgeluiden zijn gelukkig heel ontspannend, dus dat hielp.


Maar goed, hoe kom je er weer uit?

Laat ons om te beginnen duidelijk zijn: het initiatief voor deze actie ligt volledig bij de walvis. Een korte studie van de kunstgeschiedenis toont vervolgens aan dat er grosso modo drie opties zijn:

1. De triomfantelijke exit, waarvan sprake in de bovenstaande afbeelding. Let ook op de bierpul en het mooie pruikje. In dat geval verwacht ik toeschouwers, applaus, trompetgeschal of minstens zonsverduistering.


2. De ietwat gênante uitspuwing: zoals je hieronder ziet. Jona vliegt met duizelingwekkende snelheid richting kust, gelukkig is er nog een zedig gedrapeerd doekje, of het zou een gevalletje “too many details” worden! (In dit geval zijn publiek en trompetgeschal niet gewenst)




3. De lollige optie zoals je ziet op deze miniatuur. Zo van “hallo, daar ben ik weer, en sorry dat ik niet luisterde! Oepsie!



Vandaar mijn vraag aan jou


Welke ontscheping heeft jouw voorkeur, Ben je meer het theatrale of het sportieve type? Mag het speels of liever plechtig? Met een knipoog of met uitgestreken gezicht? Ik hoor het graag!



**************



Afbeeldingen:

  • Bassenge, Public domain, via Wikimedia Commons
  • WolfD59, Public domain, via Wikimedia Commons
  • Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons
  • Herrad of Landsberg, Public domain, via Wikimedia Commons



zondag 22 maart 2026

Museumstuk: Amor & Psyche


Vorige week was ik in het Gallo-Romeins museum van Tongeren en daar ontmoette ik dit snoezige duo: Amor en Psyche. Dit beeldje is het happy end van een erg ingewikkeld liefdesverhaal, dat bijna ten onderging aan nieuwsgierigheid. Gelukkig kon ik deze soap voor jullie reconstrueren aan de hand van een brief die Amor ooit aan zijn moeder Afrodite heeft geschreven. Ik publiceer hem hieronder integraal en exclusief, alleen voor jullie.



Hoog edel geboren godin der liefde;
Geachte Afrodite
Dag mama

Ja, ik weet het: het is mijn eigen schuld. Wie prikt zich nu aan zijn eigen pijlpunt? Hoe onhandig kan je zijn? Er is niets meer aan te doen: verliefd ben ik tot over mijn oren. Hoteldebotel op dat mensenkind dat u zo graag uit de weg wil ruimen. Want concurrentie van een sterveling kan u nu eenmaal niet tolereren en dat begrijp ik ook wel ergens.

Maar mama, hoe meespelend is de liefde; hoe onvermijdelijk! Ik trouwde dus met haar en liet haar wonen in mijn paleis. Geloof me, ik heb echt mijn best gedaan om het geheim te houden. Ik heb haar gezegd dat ze mij nooit in de ogen mocht kijken en dat we elkaar alleen in het donker zouden ontmoeten. Ah, wat een heerlijke, zoete ontmoetingen waren me dat.

Mijn leven was een droom tot Psyche ging logeren bij die akelige, miezerige serpenten van zussen, de jaloerse trienen! Zij hebben haar nieuwsgierigheid zo aangewakkerd dat ze midden in de nacht toch een olielampje heeft aangestoken. Ze had een vlijmscherp mes meegenomen, want ze verwachtte een monster te zien, maar het bleek een liefdesgod te zijn. Per ongeluk druppelde er wat olie op mijn gezicht, waardoor ik wakker werd.

Razend was ik, ziedend. Ze had me moeten vertrouwen, mama! Boos ben ik weggevlogen; ik heb de deur achter me dichtgeslagen, en ben gaan uithuilen bij jou, weet je nog? Heel volwassen, inderdaad, maar zo gaat dat in de liefde. Al snel kreeg ik spijt, maar ik vond mijn Psyche niet meer terug. Wel hoorde ik vertellen dat ze overal verliefde stelletjes lastigviel met de vraag uit welke richting de pijl was gevlogen die hen had getroffen. Niemand die het antwoord wist.

Toen hoorde ik van Hermes dat ze in uw klauwen – excuseer - handen was gevallen en dat u haar vreselijke opdrachten gaf die zo ontzettend moeilijk waren dat ze die nooit tot een goed einde kon brengen. Gelukkig kreeg ze hulp.

Als laatste taakje moest ze een schoonheidszalfje gaan halen in de hel bij Persefone. Haar laten afdalen in de onderwereld, was dat nu echt nodig, moeder? Wat was Psyche toch dapper! Ze raakte zelfs de Styx opnieuw over, wat geen enkele sterveling haar ooit had voorgedaan.

Blijkbaar vroeg ze zich nadien af of dat schoonheidszalfje ook voor haar zou werken. Niet dat ze het nodig had, ze is immers de mooiste. Ze deed het doosje open en viel meteen in de diepe slaap waaruit ze nu al weken niet ontwaakt.

Ik smeek u, lieve moeder, zet toch uw jaloezie opzij. Mijn Psyche is wat curieus aangelegd maar ze is wel mijn allerliefste. Kan u niet voor één keer uw hand over uw hart strijken en Psyche doen ontwaken? Liefste mama, als u echt de godin van de liefde bent, doe uw naam dan eer aan, en help ons! 

Amor



Het beeldje in Tongeren is het bewijs dat het allemaal toch goed is gekomen. Zeus himself heeft zich uiteindelijk met de zaak bemoeid en Afrodite heeft zich laten ompraten. Psyche is verheven tot een godin en kreeg vlindervleugels.
Zie ze daar nu staan met hun tweetjes: ze gaan helemaal op in elkaar. Dat gun ik hen van harte, maar ik zou toch willen aansporen tot enige actie. Kom Amor, vlieg nog eens uit en schiet wat meer liefde de wereld in, we hebben het zo nodig


Afbeeldingen
Jacopo Zucchi, Public domain, via Wikimedia Commons

zondag 15 maart 2026

De heilige van maart is Patrick

Patrick hoedde schapen in Ierland en dat vond hij fantastisch. Hij hield van de groene heuvels, van klaverblaadjes en van zonsopgangen. Hij kon genieten van de herfstkleuren in het bos, van de eerste hyacinten in de lente en zelfs van machtig onweer als hij zijn schapen op het droge had. Maar het allermeest hield hij van zijn kudde. Voor al zijn schapen, zwarte én witte, zou hij door het vuur gaan. En dus zorgde hij goed voor hen.

Nu hoor ik je al denken dat dat niet zo heel bijzonder is. Elke herder zorgt toch voor zijn schapen? Leidt hen in goede banen? Spalkt al eens een gebroken pootje of geeft een lammetje de fles. Allemaal heel nobel, maar om dat nu heldendaden te noemen? Inderdaad, Patrick had een streepje voor, want Patrick kon een beetje toveren.

Hij ontdekte dat bij toeval tijdens een heel gênant moment. Laten we er geen doekjes om winden: het gaat hier om een blunder van formaat. Het gebeurde op die ene, uitzonderlijke dag dat de koning de kudde van Patrick kwam inspecteren. Een hele eer, dat begrijp je wel, en Patrick was dus al dagen van te voren zenuwachtig. 

Toen de vorst naast hem stond en tevreden de schapen telde, zette Patrick met een ferme zwaai zijn staf op de grond. Ja dat was dus de bedoeling, en ook dat het gebaar heel indrukwekkend zou zijn, maar Patrick was een beetje onhandig en de staf kwam terecht op de grote teen van de koning. Dat was niet pijnloos, want die staf had een scherpe punt. U kunt het al raden; de koning vloekte en tierde en huppelde heel onelegant rond op zijn andere voet. 

Patrick schaamde zich ontzettend. Verstijft van schrik staarde hij naar de verwonde teen en kon maar één ding prevelen “O, laat dit snel over zijn”. En tot ieders verbazing stopte het bloeden meteen en heelde de voet, zodat het leek of er niets was gebeurd.

Nu kan dat natuurlijk toeval zijn, en dat dacht Patrick aanvankelijk ook. Maar een paar dagen gebeurde er weer iets vreemds. Patrick was aan het genieten van de zonsondergang en had zijn staf even naast zich in de grond geplant. Hij bleef uren kijken naar het spektakel van kleuren en aaide af en toe een tevreden kauwend schaap. Toen hij bij het maanlicht huiswaarts wilde keren tastte hij naar zijn staf, maar kon deze niet vinden. Op de plaats waar hij die had neer geplant, stond nu een heuse boom. Patrick wreef eens goed in zijn ogen en zocht nog urenlang, maar zijn staf was verdwenen. Misschien ben ik gewoon heel vermoeid, dacht hij nog, en gaat dit over als ik wat beter slaap.


Maar ook toen hij uitgeslapen was, gebeurden er weer wonderlijke dingen. Zo had hij op een avond een kampvuurtje aangestoken. Hij wilde net een melancholisch deuntje op de fluit te berde brengen, toen een gezant van de koning hem erop attent maakte dat het verboden was om vuren te branden. Die nacht moest het helemaal donker zijn, zodat de vorst naar de sterren kon kijken en zijn toekomst kon voorspellen. Heel belangrijk dus en Patrick werd meteen erg nerveus. Hij goot een hele plens water over het vuur, maar dat bleef branden. Vele scheppen aarde konden het vuur niet doven. En ook al verspreidde hij de gloeiende kooltjes, de vlammen leken steeds hoger op te laaien. En nog wekenlang bleef het kampvuurtje naknetteren, wat hem een serieuze boete opleverde.

Drie maal is scheepsrecht, en dat geldt ook voor toverkunsten. Patrick kon er nu niet meer omheen: hij was geen gewone sterveling. Aanvankelijk vond hij dat verschrikkelijk, maar gaandeweg legde hij zich neer bij zijn gave en besloot deze kracht vooral ten goede aan te wenden: namelijk om zijn kudde lieve schaapjes voor onheil te behoeden. Een grote bedreiging voor de schapen waren de slangen, die te pas en vooral te onpas tussen de kudde door kronkelden. Zij beten in de enkels, wurgden al eens een lammetje en hadden Patrick meermaals ferm in zijn hand gebeten. Het vergif had hij snel weggetoverd, natuurlijk, maar het bleef wel vervelend. Elke dag ging Patrick op slangenjacht en verdreef al het addergebroed dat zijn pad kruiste. Maar echt structureel loste hij het probleem daarmee niet op. 

Op een dag was Patrick het meer dan beu en bedacht een plannetje. Hij leidde zijn kudde naar een mals klaverveldje bij de zee, de slangen reisden uiteraard mee. Toen de zon aan het hoogtepunt van de hemel stond, pakte Patrick zijn tamboerijn, sprak een korte spreuk uit, en begon erop te slaan. Eerst heel traag, en toen steeds harder. De slangen kronkelden van ergernis, want zij konden dit geluid niet verdragen. En omdat ze geen handen hadden om voor hun oren te slaan, zat er voor hen maar één ding op: ze kozen het ruime sop en doken de zee in. Patrick sloeg de rest van de dag en ook de hele nacht nog op de trom. Vanuit alle windstreken kwamen de slangen aan gegleden, slissend van waanzin stortten ze zich van de kliffen. Daar gingen ze, allemaal: grote slangen en ook hele kleine addertjes, dikke wurgslangen en zelfs een paar regenwormen met grootheidswaanzin, ze verdwenen in de kolkende golven. Patrick stopte pas toen alle slangen uit het rijk verdwenen waren. 
En met succes, want tot op de dag van vandaag is er in heel Ierland geen slang te bekennen.

Daarom dus is Patrick de held van Ierland. Elk jaar op 17 maart wordt hij gevierd met klaverbladen, optochten en heel veel feestgedruis. Ook op andere dagen van het jaar kan je hem ter hulp roepen als je een veestapel wil beschermen of als je last hebt van ongedierte. Denk dus eens aan hem als je een klaverblaadje ziet!

Credits afbeelding: bobosh_t AKA "Father Ted" on Flickr, Christ the Saviour Church., CC BY-SA 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0>, via Wikimedia Commons

Credits postzegel: Irish Minister of Posts and Telegraphs, Public domain, via Wikimedia Commons

zaterdag 7 maart 2026

Eerste hulp bij een ontmoeting met een Alf - Mustread voor warhoofden!


Soms ben je de weg kwijt, het spoor bijster. In het ergste geval dwaal je eindeloos in het rond, je wil wel naar huis, maar je weet de weg plots niet meer. (of je loopt een kamer binnen en denkt: wat kwam ik hier ook al weer doen?) Zo vermoeiend!

Dat is niet alleen ververvelend, maar ook behoorlijk alarmerend. Want men twijfelt dan wel eens aan verstandelijke vermogens, heel begrijpelijk. Toch is er geen reden tot wanhoop! Want er is een logische verklaring en een remedie! Vergeet dus niet verder te lezen.

De oorzaak

Grosso modo zijn er twee opties van de verwarring:
  1. Je bent op dwaalkruid gestapt ( circaea lutetiana) kan, maar is zeldzaam
  2. Je bent een Alf tegengekomen, dit is een meest waarschijnlijke optie. Deze pestkop doet zelfs de meest bekwame padvinder verloren lopen ( je bent dus niet alleen)

Hoe herken je een alf?

Daarover lopen de meningen uiteen, hierbij wat opties:
  • Een koe, stier of kalf
  • Een vogel
  • Een zwarm bijen
  • Een lichtje
  • Aardmannetjes zoals hierboven
  • Bij geruis en geritsel heb je zeker prijs

Preventieve maatregel

Heel eenvoudig: tijdens elke wandeling je vuisten ballen, en wel zo dat je de duim in het midden houdt. Oefen maar even. Het ziet er een tikje aggressief uit, dus steek je vuisten in de zakken. Los de duimen echter niet! Anders slaat de Alf alsnog toe

Toch betoverd?

Dan kan je het volgende doen
  • Je zelf besprenkelen met wijwater ( neem steevast een voorraad mee)
  • Op de grond gaan zitten
  • Wachten tot er een kerkklok slaat
  • Gouden tip: je schoenen uittrekken, dan klaart de warhoofdigheid meteen op

Bijsluiter

We hebben horen vertellen dat er lieden zijn die een ontmoeting met een Alf verzinnen om te blijven plakken op café, de snoodaards! Mogen zij de Alf werkelijk treffen en urenlang vertwijfeld ronddolen, het zal ze leren!




Afbeelding komt uit het Rijksmuseum


zaterdag 28 februari 2026

Museumstuk: een rammelaar met magische kracht





Wat geef je een boreling cadeau? Het hoeft niet altijd een pampertaart te zijn of een knuffelbeer. Denk ook eens aan een rammelaar! Ga niet voor half werk, maar kies voor een luxe exemplaar: door een vakman gesmeed uit edelmetaal, getooid met een fluitje, voorzien van belletjes en een stukje koraal. Welke pasgeborene zou daar niet ontzettend blij mee zijn?

Met zo’n rammelaar maak je als baby meteen een statusrijke entree In de wereld. Het is een soort voorbode van de scepter waar je later mee zal zwaaien. En dus poseer je er trots mee op je eerste portret. Groot gelijk! Dat zou ik ook doen!




Maar, er is meer aan de hand want naast een duur uitgevallen hebbeding is zo’n rammelaar ook een investering in een heksenvrije toekomst. Er wordt namelijk verteld dat er heksen zijn die met graagte babybloed opslurpen. Hoe je zo slecht kan zijn, is onbegrijpelijk. Daarnaast zijn er ook boze feeën die hun eigen kind stiekem ruilen met dat van jou, en dan zit je opgescheept met een kwakkelig wisselkind: ook geen pretje!

Ondanks hun kwaadaardigheid zijn deze slinkse dames echte schrikkenpieten. Met zacht belgerinkel, aarzelend gefluit en de knalrode kleur van het koraal jaag je hen zo de hort op. Ja, ja, grote mond, maar een klein hartje.

Koraal voor babies



Persoonlijk denk ik dat het vooral het koraal is dat hen doet terugdeinzen. Niet zozeer omdat de kleur hen zou verblinden, maar omdat koraal het gestolde bloed is van Medusa. Je weet wel die legendarische troela met haar aparte slangenkapsel. Iedereen die haar in de ogen keek, versteende ter plekke. Toen Perseus haar eenmaal haar hoofd had afgehakt veranderde haar bloed in koraal.

De Romeinen gaven baby’s al koralen armbandjes, en op heel wat middeleeuwse afbeeldingen van het kindeke Jezus zie je dat hij ook een stukje koraal aan een kettinkje draagt. (veel voorbeelden hier)

Blijkbaar was goddelijk zijn niet voldoende om gevrijwaard te worden van heksenstreken en hielp een streepje koraal ook de machtigste boreling ter wereld.

Alternatieven


Misschien kan je geen koraal vinden. Ga dan voor een wolventand. Het idee was namelijk dat ik kracht van de wolf over zou gaan op de baby. Dat maakte het kind voor de heksen een veel te geduchte tegenstander daar begonnen ze niet aan. Bovendien is zo'n wolventand ook nog eens lekker op te bijten: een fijne extra!

De derde optie is de rammelaar te voorzien van een kristal. Heerlijk koel tegen gezwollen tandvlees maar ook magisch zuiverend.

Zo zie je maar wat voor magische geschiedenis de rammelaar allemaal verbergt. Ik ga meteen mijn koralen oorbellen indoen, dat werkt vast ook!


Meer weten?


Er zijn in de lage landen trouwens twee grote rammelaarverzamelingen:
Over die eerste verzameling bestaat er ook een schitterende podcastreeks die ik je met klem aanbeveel.

Afbeeldingen:

  • De eerste rammelaar komt uit New York, Metropolitan Museum of Art: Nicholas Roosevelt, CC0, via Wikimedia Commons
  • Het portret is van Willem Van der Vliet en kan je bewonderen in het Rijksmuseum.
  • Schilderij uit het Columbus Museum of art: Jan Joest, CC0, via Wikimedia Commons
  • Rammelaar met Christal komt uit het rijksmuseum.




zaterdag 21 februari 2026

De geschiedenis van de duiveluitdrijvers (leestip)


Ik ben ze in heel veel volksverhalen tegengekomen: priesters en paters die heksen ontmaskeren, duivels verdrijven en de strijd aangaan met weerwolven. Ijverig zwaaien zij met wijwaterkwasten, debatteren ze met spoken en enkele onder hen nemen zelfs een pistool ter hand om een heks uit een boom te schieten. In die verhalen zijn de pastoors echte helden en vertonen ze heel veel overeenkomsten met tovenaars. Ook de vertellers zelf zijn soms in de war, want een priester die met een grote vuurbol een storm de andere richting uit kan sturen, dat is ook wel een beetje griezelig.

Ik las deze week een interessant boek over de geschiedenis van het exorcisme van Kristof Smeyers en daarin kwam ik diezelfde dorpspastoors tegen. Deze types bestonden dus echt en ze gingen hun boekje zwaar te buiten. Officieel moest je als priester de toelating van een bisschop hebben om aan exorcisme te doen. Gewone parochiepastoors en bruine paters hadden helemaal niet het recht om duivels uit te drijven en toch deden ze het. Dat verklaart Smeyers door te verwijzen naar wat hij de "religieus-magisch-medische marktplaats" noemt: een kwestie van vraag en aanbod dus.

Er was in de jaren tussen de wereldoorlogen veel vraag naar ont-heksing, vooral ook omdat men heksen niet langer bij de rechtbanken kon aanklagen. Op die vraag speelden charlatans in. Zelfbenoemde tovenaars, overlezers en heksenmeesters boden, vaak tegen betaling, hun diensten aan om het kwaad te ontmaskeren en te verdrijven. Om te voorkomen dat hun beminde gelovigen in de handen van dit soort types zouden belanden, gingen de pastoors de concurrentie aan. Zo ontpopten zij zich volgens Smeyers ook tot lokale genezers die met kruidenmengsels, spreuken en rituelen er uiteindelijk voor wilden zorgen dat hun kudde bij elkaar bleef. Dat daarvoor enkele kunstgrepen en enig gevoel voor performance nodig waren, namen ze er graag bij. De grenzen tussen magie en religie, tussen geloof en bijgeloof vervaagden zo totaal!

Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw komt daar een einde aan. De kerk stelt orde op zaken en reduceert het exorcisme weer tot de officiële leer: met toestemming van de bisschop en bij hoge uitzondering. Vanaf de jaren zeventig is dit fenomeen weer in opmars, en duiken er opnieuw heel wat duiveluitdrijvers op. Misschien kruisten ze jouw pad ook al eens?

Het boek Uitdrijven is vlot geschreven en neemt je mee langs wonderlijke objecten en magische gebeurtenissen, zoals een stenenregen in Wilsele en een heksenplaag in het negentiende-eeuwse Lier. Aanbevolen leesvoer dus!


De afbeelding komt uit het Rijksmuseum:
https://id.rijksmuseum.nl/200173052

Zullen we samen iets organiseren?

Vertragen in drukke tijden, Verbeelding aan het werk zetten, Verbinding maken met elkaar, Verdieping opzoeken Voila, vier redenen waarom...