zondag 27 september 2026

Zullen we samen iets organiseren?


Vertragen in drukke tijden, Verbeelding aan het werk zetten, Verbinding maken met elkaar, Verdieping opzoeken

Voila, vier redenen waarom ik doe wat ik doe: je met rake woorden even afstand laten nemen om daarna vol inspiratie weer verder te gaan. Je kan een beroep op me doen voor dit soort kleinschalige events:

Lees maar even verder op deze website, of bekijk mijn agenda voor wat er nu al op de planning staat. Als het je wat lijkt, dan kan je me bereiken via jacq.vanleeuwen -ad-gmail.com

Vertellingen



Met veel plezier steek ik oude verhalen in een nieuw jasje. Ik vertel ze met vuur en betrek het publiek interactief. Een vleugje humor helpt daar natuurlijk ook bij.

Nodig me uit voor één of meerdere verhalen! Ik heb al een aantal voorstellingen in de aanbieding:

  • Magische buren: over dwaallichtjes, heksen, tovenaars en andere magische wezens in jouw achtertuin
  • Magische feesten: over dansen met heksen, kabouters en andere wonderlijke gebeurtenissen
  • Kabouterverhalen uit heel Europa
  • Op pad in het magische woud van Borcéliande
  • Verhalensafari: over mensen die in dieren veranderen, en omgekeerd

Organiseer je een vertelling met je buren? Dan kan je rekenen op de steun van de stad Leuven.

Je kan ook al eens komen luisteren naar de open vertelmomenten, die je in de agenda vindt.

Laten we samen een vertelmoment organiseren! Contacteer me via Jacq.vanleeuwen ad gmail.com

Filosofische gesprekken




Nood aan verdieping en zingeving? Welkom op mijn kampvuur!

Aan de hand van een volksverhaal, een mythe of een sage gaan we in gesprek:

  • Eerst zoeken we samen wat het thema van het verhaal is, de hamvraag waarover we ons willen buigen
  • Ik daag je uit om je argumenten scherper te verwoorden, je aannames te onderzoeken, in- en uit te zoomen, zo verrijken we elkaar.
  • Op het einde delen we wat we van elkaar hebben geleerd en wat we uit het gesprek meenemen.

Wil je nog meer? Mijn vriendin Annemie legt er graag nog een creatief laagje bovenop. Aan de hand van materialen verken je het verhaal ook in beelden, en dat levert heel wat nieuwe inzichten op.

Annemie en ik organiseren vier vertelvuren per jaar. Laat maar weten of je dit iets lijkt, je bent welkom!

Rondleidingen


Samen op wandel met een verhaal tussendoor: dat is genieten! Je kan me boeken voor rondleidingen op de site van de abdij van Vlierbeek. Ik heb deze alvast voor jou klaarliggen:

  • Magische buren: over heksen, dwaallichtjes en de lodder: ik weet ze wonen en vertel je graag wat je kan doen als je hen tegenkomt.
  • De liefde in Vlierbeek: liefdesverhalen van vroeger
  • Heilige huisjes en heksenstreken

Je kan ook al eens deelnemen aan de vaste rondleidingen op de site, die je in de agenda vindt.


Fijn om met een kleine groep te doen! Vraag gerust meer informatie via jacq.vanleeuwen ad gmail.com

Presentaties en ceremoniespreker



Zoek je naar een presentator voor een concert of evenement? Wil je graag dat een mooie stem jouw huwelijksceremonie in goede banen leidt? Of heb je iemand nodig die in jouw plaats kan zeggen wat jouzelf niet lukt? 

Ik denk graag met je mee. Je kan me bereiken via jacq.vanleeuwen ad gmail.com

Lezingen over volksverhalen


Heksen, kabouters, dwaallichtjes en weerwolven: ze hebben voor mij nog amper geheimen. Tijdens een boeiende lezing leg ik je vlot uit:

  • Wat sagen en legenden precies zijn
  • Welke magische wezens daarin voorkomen
  • Waarom mensen deze verhalen vertelden aan elkaar
  • Hoe ze werden doorgeven
  • Welke informatie je uit deze historische bronnen kan halen (en wat niet)
  • Hoe volkskundige onderzoekers te werk gaan
  • Hoe uniek of juist hoe algemeen menselijk deze verhalen zijn.
Benieuwd? Ik kom het je graag vertellen! Je kan me bereiken via jacq.vanleeuwen ad gmail.com

Bijbelverhalen voor kinderen


Al eeuwenlang vertellen we bijbelverhalen, we beelden ze af op schilderijen en we hebben er heel wat spreekwoorden aan ontleend. Ik geef dit stukje cultuur graag door aan een volgende generatie. Dat doe ik zo:

  • Ik vertel het verhaal op een interactieve manier
  • We gaan samen in gesprek over de vraag: waar gaat dit verhaal eigenlijk over? Wat leren we hier uit?
  • We ronden af met een knutselmomentje, of we spelen het verhaal nog eens na
Kortom: catechese op een frisse, creatieve wijze. Lijkt je dat wat? Neem dan contact op via jacq.vanleeuwen ad gmail.com

maandag 21 september 2026

Jong geleerd ... vertellen aan de zesdes van Vlierbeek

Vorige week trok ik opnieuw op pad met een bende pientere twaalfjarigen. Het zal ongeveer de vierde keer zijn geweest dat ik de leerlingen van de langere school in de buurt mocht vertellen over de lodder, de maar, de dwaallichtjes en de heksen van Vlierbeek. Heerlijk om te doen, en broodnodig ook, want die arme kindertjes lopen dagelijks rond op de plekken waar die wezens zijn gespot. Dan is het amper een overbodige luxe te noemen om hen even uit te leggen wat je moet doen als je zo'n engerd tegenkomt.

Zo weet elk schoolkind nu dat je altijd een sjaal moet meehebben, een flesje water en een vergiet. Om maar iets te noemen.


Ik vertelde interactief, dus met toneeltjes waar ze enthousiast aan deelnamen. Ik ben op zo'n moment vooral de reporter ter plaatse en het was weer zalig hoe de kinderen hebben meegedaan.  We onderzochten samen ook hoe het woord "nachtmerrie" in verschillende talen klonk. (Vaak hoor je daar "de maar" in: nightmare, cauchemar, ...)



Helemaal blij werd ik van de mededeling dat ze een bepaald verhaal al hoorden van een oudere broer of zus! Want dan denk ik: bingo! De verhalen worden opnieuw verteld en doorgegeven, en dat is exact de bedoeling!

Er was wel één jongetje dat niet helemaal doorhad dat deze verhalen fantasie zijn. Ik heb hem dus ferm moeten geruststellen: néé, er verschijnt vannacht geen monster in jouw straat. Hopelijk is dat goed gekomen die nacht....

Wil je die verhalen ook horen, met een streepje muziek erbij? Kom dan op 28 oktober 's avonds luisteren als je durft (meer info in de agenda van deze blog)

woensdag 9 september 2026

De heilige van september is Cypriaan de Magiër

 


Justina was zo mooi! Ze had lang zwart haar met krullen en een prachtige lach. Als ze had gewild, dan had ze aan elke vinger vijf vriendjes gehad, zonder enige moeite. Maar Justina wilde niet trouwen. Zij droomde immers van een leven vol reizen, vol avontuur en vol feestjes. Daarom zei ze “neen” tegen elk huwelijksaanzoek.

Op een dag liet de tovenaar Cypriaan een oogje op haar vallen. Overal ter wereld vielen dames voor hem in zwijm, dus hij schatte zijn kansen hoog in. Justina kreeg rozen bezorgd, fijne pralines en dikke brieven vol mooie woorden. Tot zijn grote verbazing bleef ze echter onbewogen: er kon nog geen bedankje af. De maat was vol toen zij haar raam dichtsloeg terwijl Cypriaan een roerende serenade bracht onder haar balkon. Het was duidelijk: hier schoot zelfs flinke dosis charme tekort. Tijd om magie in te schakelen, dacht Cypriaan.

Zijn eerste poging bestond uit een potje betoverde zalf. Om middernacht bij volle maan smeerde hij het goedje op de voordeur van Justina. En daarna zou het enkel een kwestie van wachten zijn voordat de liefde in haar zou ontvlammen. Maar de zon kwam op, en er gebeurde helemaal niets.

De volgende nacht sleepte Cypriaan zijn dikste spreukenboek naar het raam van Justina en vuurde de ene na de andere toverformule op haar af. Normaliter was één spreuk al voldoende om de meest ijzige persoonlijkheid te ontdooien, maar in dit geval nam hij liever het zekere voor het onzekere. Toch draaide Justina de volgende dag niet bij.


De derde dag bedacht Cypriaan weer iets anders. Hij veranderde zichzelf in de beste vriendin van Justina en bracht haar een bezoekje. Daar vertelde hij vol vuur en passie over die schone jongeling, Cypriaan. Dat hij zo’n goede partij was, en dat ze wel gek moest zijn om hem af te wijzen. Maar Justina wilde er niet van horen en werkte haar vriendin zo snel mogelijk de deur uit. Voordat de maan opkwam was al duidelijk dat ook deze nacht geen beterschap zou brengen.

Normaal is drie keer scheepsrecht en dus was Cypriaan ondertussen zwaar beledigd en erg boos geworden. “Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks” siste hij, en hij zond een verschrikkelijke ziekte naar het land. Schapen en koeien stierven bij bossen, vele mensen werden onwel, en het graan op de velden verdorde zienderogen. Al snel lanceerde Cypriaan het gerucht dat dit een straf was voor de koppige Justina. Het duurde dan ook niet lang of er dook een spandoek op voor haar huis, gevolgd door een grote betoging met sirenes en strijdliederen. Iedereen was tegen haar en het werd zelfs gevaarlijk. Maar Justina lachte erom en met één vingerknip maakte ze komaf met al het onheil. Want ja, van magie wist zij ook wel het één en ander.

Dat talent voor toverkunsten maakte haar natuurlijk alleen nog aantrekkelijker in de ogen van Cypriaan. Ze had niet alleen een indrukwekkend uiterlijk, maar ook een helder brein en toverkracht! En dus besliste Cypriaan om nog één poging te wagen. Eentje die het uiterste van zijn krachten zou vergen en die wéken voorbereiding vroeg. Hij moest er immers ingewikkelde ingrediënten voor bestellen en het brouwsel moest minstens tien dagen trekken voor een nog beter effect.

Het was dus al bijna herfst toen Cypriaan transformeerde tot een mus. Het klinkt misschien gek om voor zo’n bescheiden beestje te kiezen, maar Cypriaan had het goed uitgedacht. Zo zou hij immers nauwelijks opvallen. Ongemerkt zou jij Justina wekenlang in de gaten kunnen houden en erachter kunnen komen wat nu echt de sleutel was tot haar hart. Hij kon haar ondertussen wat inspirerende gedachten in de oren fluisteren en een graantje meepikken van haar toverkunsten. Pas na een dikke maand zou de betovering verbroken zijn, maar dan wist hij wel hoe hij haar kon strikken. Het ongemak van vier weken rondhuppelen in een verenpak nam hij er dus maar al te graag bij. Voor de ware liefde moet je iets overhebben, toch?

Ja, dat was de theorie, want het liep anders. Niet dat het toverdrankje niet werkte, verre van. Cypriaan was een echte mus geworden: lieflijk, sober en onopvallend. Puik gedaan! Zoals voorgenomen vloog de mus Cypriaan naar het raam van Justina. Hij ging op de vensterbank zitten en blikte voorzichtig naar binnen. Daar zag hij stapels atlassen liggen en een indrukwekkende wereldbol staan. Zelfs een klein mussenbrein kan dan maar één conclusie trekken: deze vrouw wil op reis.

Dat was dus een veelbelovende start. Maar toen ging de deur open, en kwam Justina binnen. Ze keek naar het musje op de vensterbank, hield haar adem in en leek iets te prevelen…. Meteen voelde Cypriaan dat er iets misging. Het vliegen lukte ineens niet meer zo vlot, zijn snavel leek plots minder scherp, en zijn prachtige verenkleed verdween. Voor hij er helemaal erg in had, was hij weer in een mens veranderd. Een bang mens bovendien, dat zich bibberend vasthield aan de rand van het balkon en wanhopig met de benen spartelde, want vliegen kon hij niet en springen was veel te ver.

UIteindelijk moest Justina hem redden met een ladder. Alle buren stonden hem uit te lachen toen hij rillend in zijn onderbroek naar beneden klom. Cypriaan schaamde zich ontzettend. Hij zag er zo zielig uit, dat zelfs Justina medelijden kreeg.

Sinds dat moment zijn Justina en Cypriaan goede vrienden. Ze reizen samen de wereld rond. Van liefde is geen sprake, er zal nooit een huwelijk van komen, maar samen toveren kunnen ze als de beste. En dat is ook veel waard!

We vieren de heilige Cypriaan, die zich door Justina's toedoen bekeerde, op 26 september. Als je die dag een musje ziet, geef het dan wat extra graantjes!

Afbeeldingen: 
  • De dokter, naar Gerrit Dou, uit het publiek domein, Rijksmuseum
  • Master of Messkirch, Public domain, via Wikimedia Commons

woensdag 29 juli 2026

Augustus is oogstmaand!

Op zaterdag 8 augustus kan je met me mee op stiltewandeling bij de abdij van Vlierbeek. Het thema is "de oogst". Omdat ik dan natuurlijk niet zo uitgebreid kan vertellen, schenk ik je mijn allerbeste oogstverhaal al in een blog!


Het was een prachtige zonnige dag geweest, de zon blikt tevreden naar benee. Terwijl ze haar laatste stralen over de wereld zendt,ruisen de korenvelden als een zee van goud. Zo bij zonsondergang is de wereld echt wat je noemt Instagrammable. Ieder ander zou hier intens van genieten, maar de boer die wij aantreffen tussen al deze weelde heeft een zorgelijke blik. Deze man, laten we hem Gerard noemen, heeft namelijk een luxeprobleem: nog nooit is zijn oogst zo rijk geweest, nog nooit zijn schuur zo klein. Hij weet nu al dat hij een deel van dat graan zal moeten verbranden, want zijn schuur is gewoonweg ontoereikend om alles op te slaan. Dat is bijzonder frustrerend zeker als je plannen hebt voor een veranda of een extra zolderkamer en je winst al had uitgeteld. Zo loopt onze boer te piekeren en te zuchten, vol zelfmedelijden. Want: zo jammer, zo zonde!

Terwijl hij tussen de velden ijsbeert, ziet hij niet dat er in de verte een heer aan komt gewandeld. Het is een chique verschijning met een hoge hoed, een lange zwarte jas en een puntig baardje. Als je goed oplet dan ruik je een zweempje zwavel, maar Gerard is een beetje verkouden, dus die merkt daar niets van. Deze wandelaar spreekt onze Gerard aan: “Goedenavond. Beste man wat een sombere blik op zo'n mooie zonnige dag!”. Gerard heeft niet meer aanmoediging nodig om uit te barsten in zelfbeklag en zijn gigantische probleem in geuren en kleuren uit de doeken te doen. Vooral dat gebrek aan opslagruimte steekt, én de gedachte waar hij het geld allemaal aan uit zou kunnen geven. De heer luistert dit allemaal geduldig aan, en doet dan een wel heel boude bewering: “Ik los dat in een handomdraai voor u op! Ik bouw een schuur voor u, geen enkel probleem!”. “Ja maar,” zegt Gerard, “Ik heb die schuur eigenlijk morgenochtend al nodig want dan begint mijn oogst. Ik denk niet dat u voor morgenochtend, voor de haan kraait zeg maar, een schuur zou kunnen hebben getimmerd. Maar, toch bedankt voor het aanbod, heel vriendelijk van u”. “Wacht even!”, is het antwoord, “Ik kan dat wel hoor, een schuur bouwen op één nacht, dat is voor mij een fluitje van een cent! Laat het maar weten, ik ga meteen aan de slag!”

Te mooi om waar te zijn?

Nu is onze Gerard echt een beste man, een tikje hebzuchtig dat wel, maar wel met het hart op de juiste plaats. Daarom besluit hij even mee te gaan in het verhaal. Hij heeft namelijk ergens gehoord dat als mensen de grip op de realiteit zijn verloren, je hen beter niet tegenspreekt. Als je hen gelijk geeft, voelen ze zich gewaardeerd en dat is belangrijk voor iedereen, en zeker voor mensen die een beetje in de war zijn. Daarom zegt Gerard: “Als jij voor mij een schuur wil bouwen tegen morgenvroeg, dan mag jij dat. Er is nog plek op mijn erf. Hoe kan ik je belonen?”. “O”, is het antwoord, “ik vraag niet zoveel hoor. Alleen maar jouw ziel!”. Inwendig moet Gerard er wel een beetje grinniken, want hij heeft hier toch te maken met een wel heel erg apart exemplaar. Maar hij blijft serieus, omdat dat respectvol is. Zo spreken beide heren af dat de ene de andere mag komen halen als de schuur af is voor de eerste haan kraait. “Deal!”, zegt de duivel, want die is het natuurlijk, “als de schuur af is dan neem ik jou mee naar mijn rijk van vuur en dan leg ik jou op de barbecue, …., eh,… dan serveer ik jou een barbecue! Komt helemaal in orde!”.

Gerard loopt lachend naar huis, al zijn zorgen zijn vergeten, want na dit bizarre gesprek is hij zich er meer dan ooit van bewust dat er grotere problemen zijn dan een te kleine schuur. Thuis vertelt hij niets over zijn ontmoeting en zijn vrouw Roos prijst hem nog omdat hij zo veerkrachtig omgaat met tegenslag. Ze drinken samen een tasje lavendelthee en kruipen dan onder de wol, want het zal morgen vroeg dag zijn.

Slaap lekker Gerard!

Een paar uur later treffen we Gerard en zijn vrouw slapend als roosjes aan in hun bed. Het is midden in de nacht en buiten weerklinkt er een enorm lawaai. Roos wordt er wakker van. Met bonzend hart zit ze rechtop in bed en port de slapende Gerard wakker. “Er zijn inbrekers, je moet gaan kijken, vlug!”. Gapend zegt Gerard: “Maar nee jij altijd met je inbrekers, je droomt!”. “Nee, ik hoor het echt! Ga eens beneden kijken!”. Omdat Gerard de kwaadste niet is, gaat hij polshoogte nemen. Na een korte tour door de living en de stallen komt hij terug met een geruststellende boodschap: “Er is echt niemand, ga maar gewoon slapen”.

Maar Roos doet geen oog dicht, want ze blijft een enorm lawaai horen. Zuchtend staat ze op, sluipt op haar tenen naar het raam en trekt de gordijnen open. En wat ze dan ziet; het is ongelofelijk! Ze roept Gerard erbij en die ziet het ook. Voor de zekerheid knijpen ze nog in elkaars armen, maar ze dromen niet.

Op het erf van Gerard en Roos lopen wel honderd kleine duiveltjes rond. Ze sjouwen met houten planken; ze hebben spijkers tussen hun lippen geklemd; ze dragen tangen en hamers, en ze hebben net de muren van een schuur opgetrokken. Met man en macht hijsen ze een gebinte naar boven, terwijl anderen met stapels dakpannen komen aangelopen. Het gaat allemaal razendsnel. Roos is plots klaarwakker: “Gerard, weet jij hier meer van?”. En ja, dan moet Gerard natuurlijk wel bekennen wat er is gebeurd, welk gesprek hij heeft gevoerd en wat hij in de plaats ging geven. “O my God”, zegt Roos, “hoe kan jij zo dom zijn! Jullie mannen ook altijd! En ik jou maar prijzen met je veerkracht. Pure hebzucht, dat was het! Nou, dat heb je dan weer goed geregeld!”. “Maar nee”, stamelt Gerard, “Ik wilde die man gewoon helpen. Ik dacht dat hij dat hij een beetje in de war was met zo'n puntig baardje en een hoge hoed op en een lange zwarte jas en zo’n raar verhaal ook.”

Cherchez la femme!

Roos beseft dat de enige die de boel nu kan redden, zijzelf is. Tegen zoveel onkunde is nu eenmaal enkel een vrouw gewassen. Ze haalt dus haar krulspelden uit, stroopt de mouwen op en vraagt nog even heel precies na hoe het contract in elkaar zat. “Ik weet genoeg”, roept ze en ze stormt de trap af. In de keuken rommelt ze nog snel twee dikke boeken bij elkaar en dan gaat het linea recta richting kippenhok.

Ondanks al het rumoer en geraas zijn die beestjes daar heerlijk aan het slapen: met de snaveltjes onder hun vleugeltjes. Als kippen zouden kunnen snurken dan zouden ze dat zeker doen, maar het is muisstil. Roos haalt diep adem en beseft: dit is haar moment. Ze neemt een stevige positie in, zet haar voeten op heupbreedte en zakt een tikje door de knieën. Dan telt ze telt inwendig tot drie en daarop slaat ze de boeken keihard tegen elkaar, bam! De haan schiet wakker en op automatische piloot weerklinkt het bevrijdende: “Kukeleku!”.

Op het erf valt plots alles stil. De duiveltjes zijn verdwenen. Ze hebben wel een enorme puinzooi achtergelaten, maar beter dat dan een ticket richting hel natuurlijk. Bij zonsopgang blijkt dat Roos net op tijd was: de schuur is namelijk zo goed als af. Het enige wat nog ontbreekt zijn enkele dakpannen. Zo kan je door het dak nog de blauwe lucht zien. Vele handige Harries hebben sindsdien geprobeerd om dit dak te dichten, maar dat is nooit gelukt. Een werk dat de duivel is begonnen, kan een mens immers niet afmaken. Daarom heet de schuur sindsdien: de blauwschuur van Kessel-Lo.

Stiltewandelingen

Elk seizoen gaan Denise en ik op pad op de abdijsite om te ontdekken wat het seizoen ons brengt. De natuur vormt het vertrekpunt, net als de geschiedenis van de site. We integreren aandachtsoefeningen en komen helemaal tot rust. Alleen al het voorbereiden is verrijkend, deze oogst kunnen delen met anderen is nog veel finer! Welkom dus op 8 augustus om 10.30 aan de Westerpoort van de abdij!

Afbeelding: Johan van Hell, 1921, Publiek domein, Rijksmuseum: 




vrijdag 10 juli 2026

Viviane: Merlijns grote liefde uit Bretagne.




Ook tovenaars hebben recht op vakantie, dat weet iedereen. Dus toen Merlijn aangaf dat hij er even tussenuit moest om zijn batterijen op te laden, begreep koning Arthur dat meteen. "Ga jij maar lekker even uitwaaien aan zee", zei hij ruimhartig, "Ga golfen in Cornwall of ga een weekje mediteren in Glastonbury!". Maar Merlijn had nood aan wat meer afstand van de politiek en maakte dus de oversteek helemaal naar Bretagne. Daar trok hij stevige wandelschoenen aan, en toverde zichzelf prompt om in een frisse jongeling. Want als BT (beroemde tovenaar) liep hij anders teveel in de kijker. (en als je de hele tijd handtekeningen moet uitdelen, kom je nergens, natuurlijk)

Nu, de frisse woudlucht deed deugd, en het zachte mos onder zijn voetzolen zorgde er voor dat hij helemaal kon landen in het hier en nu. Al snel dacht hij niet meer aan ridderlijke intriges en overspelige koninginnen. Hij bewonderde zelfs een bosvioolje, wie had dat gedacht. Zo zen was hij nog nooit geweest.

Maar plots was het gedaan met de kalmte. Tegen alle verwachtingen in begon zijn hart sneller te slaan, en kreeg hij het benauwd. De oorzaak stond iets verderop aan de rand van een meer. Een wondermooi meisje, dochter van een bosnimf, en lieflijk als een boterbloemetje. "Ik heet Viviane" zei ze zachtjes, en als Marlijn nog niet om was, dan gebeurde het toen. O, hij was helemaal betoverd.

Magische verleidingstruuks 

Nu was Merlijn beslist een man van de wereld, maar op het gebeid van de liefde kon hij nog veel leren. Hij wilde zich maar wat graag verschuilen achter zijn lange baard, maar die had hij zelf weggetoverd. Licht paniekerig schraapte hij dan maar zijn keel en het enige wat hij kon bedenken was: "Hoi, ik ben een tovenaar!" Niet de beste openingszin uit de geschiedenis van de mensheid, inderdaad, maar Vivianes interesse was wél gewekt.

Zij wist echter maar al te goed, dat het beter is om niet meteen toe te happen. Daarom sloeg ze haar armen over elkaar en zei hautain: "O, is dat zo? Dan wil ik wel graag even bewijzen zien, meneertje!".

Een beetje tovenaar kan het daar niet bij laten zitten natuurlijk, en Merlijn haalde dan ook alles uit de kast. Met één vingerknip toverde hij een heel kasteel te voorschijn, compleet met prachtig uitgedoste inwoners. Toen hij die ook nog eens een elegant dansje liet uitvoeren, was Viviane overtuigd, en smoorverliefd, in één klap! Het maakte voor haar helemaal niet meer uit dat hij eigenlijk veel ouder was, en ook zijn witte baard vond ze uiteindelijk geweldig!

Kort daarna was het aan, en beleefden die twee een heerlijke vakantieliefde.

Afscheidsgeschenk

Merlijn probeerde zijn vakantie zo lang mogelijk te rekken en stelde zijn terugreis telkens uit, maar na enkele maanden kon hij er niet meer onderuit: Camelot, Arthur en de plicht riepen te luid. 

"Lieverd", zei hij, "ik moet nu echt terug om centjes te verdienen, die prachtige voile die ik je onlangs kado gaf, groeide niet aan de bomen. Maar ik kom terug, beloofd!"

Viviane begreep het wel, en ook weer niet. "Wil je me geen toverspreuk leren, zei ze, dan kan ik dat oefenen en ben je nog een beetje bij me. Ze keek hem daarbij zo lief aan, dat hij niet kon weigeren. "Wat wil je leren dan?" vroeg hij, "Om iemand in slaap te laten vallen" was het antwoord. Dat bleek echt een basisspreuk, dus die was snel aangeleerd. Te snel voor Viviane, die erg verrast werd door de "Nou doei!" waarop Merlijn verdween.

Pennenvrienden

Nu had het daar natuurlijk bij kunnen blijven, maar dat was buiten Viviane gerekend. Minstens één keer per week stuurde ze een postduif het kanaal over, met een dikke brief vol hartstocht en passie. Kwestie van de liefde warm te houden, en dat werkte.

Vanaf toen pendelde Merlijn voortdurend tussen Bretagne en Camelot. Het was steeds een heerlijk weerzien, maar het vertrek werd ook steeds dramatischer. Om de pijn wat te verzachten leerde hij Viviane bij elk vertrek dan maar een nieuw toverkunstje naar keuze aan. In stijgende moeilijkheidsgraad natuurlijk, want dat is een belangrijk didactisch principe. Het betrof de volgende handigheidjes (allen op vraag van Viviane):

  • water tevoorschijn toveren op droge grond (zeker in tijden van hittegolf, heel praktisch)
  • op het water dansen zonder te zinken én zonder natte voeten te krijgen (kei leuk)
  • zichzelf in eender welke vorm omtoveren
(die laatste was echt dolle pret, je moet immers beseffen dat de Barbapapas nog niet bestonden en dat de wens van Viviane dus behoorlijk innovatief was, ik zelfs vermoed dat ze daarmee Merlijn definitief voor zich heeft gewonnen)

Allemaal gezellig en grappig, tot Viviane vroeg: "Hoe kan ik iemand gevangenzetten zonder hulp van ijzer, hout of steen?"

Wie een kuil graaft voor een ander

Over dat verzoek moest Merlijn wel even nadenken. Hij zag het risico wel in: zo'n complexe toverspreuk aanleren was immers niet zonder gevaar. Maar anderzijds is het leven aan de durvers. En wist hij ook wel dat een LAT relatie op lange termijn niet de beste oplossing voor hen tweeën was. Dus gaf hij toe en leerde haar negen spreuken aan, voordat hij een laatste maal naar Engeland afreisde.

Ere wie ere toekomt, in Camelot zorgde Merlijn netjes voor een vlotte kennisoverdracht. Hij rondde lopende zaken af, liet checklists achter voor zijn opvolgers en gaf zijn adresboekje door. Van een afscheidsfeestje wilde hij niet horen, maar hij was stiekem toch wel blij met het zwaard dat hij van Arthur kreeg. Al was hij niet van plan om het ooit te gebruiken, als statussymbool kon het tellen.

Niet lang daarna kwam hij opnieuw aan in Bretagne, waar Viviane hem opwachtte onder een oude eik. "Je zal wel moe zijn van de reis" sprak ze ontroerd, "kom maar hier bij mij". De tovenaar vleide zich neer en liet zich als een kindje over zijn bolletje aaien, tot hij in slaap viel. Jawel, de toverspreuk van jaar één werkte nog steeds.

Voor altijd bij elkaar

Daarna tekende Viviane met haar voile een grote cirkel om de boom. Ze zong daarbij de magische woorden die ze zelf van Merlijn had geleerd. Negen cirkels werden het, en toen verdwenen ze uit het zicht. Viviane en Merlijn.

Ze zijn daar nog steeds, in het bos van Brocéliande. De magische cirkel houdt hen voor ons verborgen. Maar als je goed luistert, dan kan je hen nog horen giechelen. Dan danst Viviane op het water, zonder dat haar voeten nat worden, of ze verandert zich voor de grap nog eens in een ronde tafel of zo. 

Nee, Merlijn vindt het allemaal prima. Niets te "ocharme die tovenaar" dus. Hij zou het zelf niet anders meer willen! En daar hebben wij ons dus bij neer te leggen. Dat heeft Arthur uiteindelijk ook gedaan.


********

In de loop van de geschiedenis veranderde Viviane van een verliefde puber in een ferme feeks, deftige dichters typeerden haar steeds vaker als een wulpse femme fatale die Merlijn genadeloos te grazen nam. Wat een wreed oordeel voor een liefdespaar dat gewoon graag bij elkaar wilde zijn. Waar bemoeien dichters zich ook mee, toch?

Wil je een andere versie van dit verhaal nalezen (in een prachtig negentiende eeuws boek) kijk dan hier. 
Iets meer wetenschappelijke duiding nodig dan mijn vrolijke geklets? Dan lees je hier meer!

*********

Speed Lancelot (1860-1931), Public domain, via Wikimedia Commons

Verleidingstruuk: Albert Herter, Public domain, via Wikimedia Commons

Viviane sluit Merlijn op: Jemima Blackburn, Public domain, via Wikimedia Commons





woensdag 24 juni 2026

De heilige van juni is Rivanone (17 juni)



Pittig warme dagen als deze doen verlangen naar de zee. Dat treft, want daar moeten we zijn, aan de ruwe kusten van Bretagne, ergens in de zesde eeuw. We treffen er de frisse Rivanone, een schoonheid zonder weerga, maar dan wel eentje met een ernstige blik. Het liefste zette kruidentheetjes en staarde ze in de verte. Als het aan haar had gelegen dan zouden die twee werkwoorden haar leven kunnen samenvatten, maar - helaas - ze kwam in woeliger wateren terecht. Zonder het zelf te willen, uiteraard.

Een superster op tournee

Terwijl Rivanone in haar kruidentuin schoffelde, stak immers een topartiest het Kanaal over. Hyvarnion de Bard werd door Ierse koningen op handen gedragen en reisde nu naar Parijs, waar niemand minder dan koning Childebert hem had uitgenodigd. Onze zanger werd niet gedreven door geldzucht, noch door een behoefte aan applaus.  Deze singer-songwriter specialiseerde zich immers in diepzinnige teksten en hoopte daarmee de koning tot reflectie aan te sporen. Mijmeren lukt immers goed in combinatie met harpspel, dat is alom geweten.

Toch pakte het helemaal anders uit. Niet dat Childebert niet luisterde. Hij werd zelfs tot tranen bewogen en klapte steeds enthousiast na elk nummer. Nee, aan de koning lag het niet, maar Hyvarnion hield gewoon niet van de sfeer in Parijs. Veel te veel chi chi naar zijn zin, gekke kleding, raar eten en dat taaltje! Teleurgesteld plande hij al na enkele dagen zijn terugreis in.

Childebert vond dat jammer, maar hij snapte het ook wel een beetje. Hij gaf Hyvarnion wel nog een brief mee voor een vriend van hem, koning Conomor van Bretagne. "Doe hem de groeten", riep hij vrolijk, toen hij de Bard uitzwaaide. Maar die hoorde hem al niet meer.

Dromen zijn nooit bedrog

Conomor ontving Hyvernion met open armen, en boekte menig concertzaal alvast in. Zo'n bezoeker is immers een buitenkansje, en dat moet je aangrijpen, dacht hij. Daarom bezorgde hij de Bard de beste slaapkamer in het paleis, met zicht op de zee en de ondergaande zon. Als dat niet inspirerend is!

Ondanks al die goede zorgen lag Hyvernion 's nachts te woelen. Hij kreeg namelijk steeds van die pittige dromen waarin hij een prachtig meisje zag dat van een kopje thee slurpte. "Wat moet ik met dat wicht" mopperde de Bard, waarop er prompt een Engel verscheen die hem vertelde dat zij zijn vrouw zou worden. "Maar dat wil ik helemaal niet", zuchtte de muzikant, "het plan was dat ik single zou blijven, dat is uiteindelijk echt praktischer voor iemand als ik die continu rondtourt."

Maar ja, je snapt het al, engelen hebben altijd gelijk. Dus toen Hyvernion Rivanone in het echt ontmoette, ergens bij een klaterend fonteintje, was hij toch verkocht. En zij ook. Want zij had gedroomd over een muzikale Ier die haar introvertie zou doorbreken. En daar stond hij, met harp en al!

Jinxen

Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier niet over een coup de foudre, en evenmin over wilde passie. Het huwelijk tussen Hyvernion en Rivanone was van moeten, ingegeven door een hemelse "matchmaking", (verder was er niets onkuis aan de hand, zelfs niet in gedachten, o, nee!). We kunnen hun ontmoeting dus samenvatten als een soort blind getrouwd voor heiligen. 

Misschien inspireerde dat gegeven Rivanone tot de uitspraak die haar nog lang zou achtervolgen. Toen ze na één nacht zwanger was zei ze bitter (met een grafstem, zo stel ik me dat voor, of op z'n minst doodernstig): "Ik hoop dat mijn zoon de bedrieglijkheid van deze wereld nooit zal zien."

Hun zoon Hervé werd dan ook blind geboren.

Van een echt happy end is verder nauwelijks sprake. Hyvarnion hing zijn harp aan de wilgen om voor zijn gezin te zorgen en overleed vijf jaar later. Rivanone stuurde daarop haar zoon naar een kostschool en trad zelf in een klooster om daar verder thee te zetten, naar de golven te staren en introvert te zijn, hè, hè.

En Hervéke?

Die had het zangtalent van zijn vader geërfd en werd zelf een gewaardeerde Bretoense bard en weldoener. Hij temde ook nog een wolf! Maar dat is weer een ander verhaal natuurlijk.

We hebben Rivanone gevierd op 17 juni, met een heerlijke infusie van kamille. Voorspellende dromen heb ik er niet van gekregen, en dat is misschien ook maar goed. Want als een engel je iets opdraagt, dan moet je gehoorzamen (dat maakte de moeder van Ursmarus ook mee, weet je nog?)

*****

Afbeelding: Joseph Ratcliffe Skelton, Public domain, via Wikimedia Commons

zaterdag 20 juni 2026

De magische geschiedenis van de vingerhoed


Wat een mens al niet doet uit verveling! Borduren bijvoorbeeld, of ijverig met kleine steekjes grote vlaggen versieren. Dat laatste is niet meteen mijn hobby, maar wel een klusje dat een aantal dames in Bretagne hielp om lange saaie dagen door te komen. 

Hoe kwam dat zo?

Wel, hun echtgenoten waren op kruistocht vertrokken. Zeg maar een nogal ambitieuze zakenreis die meerdere jaren in beslag zou nemen. Het was wel een beetje een waanzinnig plan, maar blijkbaar raakte het bij velen een gevoelige snaar. De Bretoense kastelen liepen leeg en daar zaten ze dan, die jonkfrouwen, te snikken van verdriet.

Nu ja, tussen ons gezegd en gezwegen, de eerste dagen was het ook wel een beetje een verademing. Veel minder was, geen rondslingerende sokken en het scheelde ook enorm aan de vuile vaat. Maar dat woog op den duur natuurlijk absoluut niet op tegen het gemis, de lange, lege dagen en vooral: de verveling.

De krachten bundelen is dan een goed plan en zo kwam het dat de Bretonse dames samen aan het werk togen om feestelijke banieren in elkaar te steken. Die konden dan vrolijk wapperen bij de thuiskomst van hun echtelieden, snap je. Vol ijver, concentratie en focus togen de dames aan het werk. Een gezamenlijk doel verenigt immers altijd, en dat was in de middeleeuwen dus ook al zo.

De duivel steekt er een stokje voor

Nu, als er één ding is waar de duivel niet warm voor loopt, dan is het wel aandachtige meditatie. Al die ijverig stikkende vrouwen konden dus wat hem betreft, eh, stikken! Onbegrijpelijk kwaad werd hij daarvan, en dat was ook enkele kleinere demonen niet ontgaan.. 

Zij stelden dan ook voor om 's nachts de naalden van de betrokkenen in venijn te dopen. Als de ijverige naaisters zich dan zouden prikken, zou het gif der verveling binnensluipen zodat ze per direct hun handwerk in de hoek zouden gooien. Zo gezegd, zo gedaan en zo geschiede ook. De dames gingen bovendien uit verveling roddelen en onderling ruziemaken, precies wat de duivel vrolijk maakte. Heerlijk, al die spanningen!

Koppige Yolanda

Maar één dame liet zich niet van de wijs brengen. Misschien was ze bestand tegen het gif hoor, en het zou ook nog kunnen dat ze zich gewoon zelden prikte. Of ze had een hoge pijndrempel (dat vertellen oude sages er allemaal niet bij). Soit, ze hield dus voet bij stuk en handwerkte lekker verder in haar eentje.

Het enige wat haar uit haar concentratie haalde, was een verdwaalde reiziger. Een pelgrim, met een vurige blik in zijn ogen, die haar om een beetje eten vroeg. Vroom als steeds legde Yolanda de arme man in de watten. Bij wijze van dank schonk hij haar een schelp. Deze was, zo beweerde hij, met heilige relieken in aanraking gekomen en had zodoende een beschermende werking.

Yolanda geloofde het meteen en had absoluut niet in de gaten dat ze zojuist de dis met de duivel had gedeeld. Hoe kon ze ook weten dat hij deze schelp in het gif had gedompeld? Vrolijk zwaaide ze de pelgrim uit en ging terug aan de slag.

Een wonderschelp

Haast en spoed is echter zelden goed. In haar enthousiasme prikte Yolanda in haar vinger en een dikke druppel karbonkel bloed welde op. In een vlaag van creatieve associatie stak ze haar vinger dan maar in de schelp, en wat denk je? Die vinger heelde meteen. Er was een wonder gebeurd, niemand weet hoe het kwam, maar in plaats van gif zat er een helende zalf in, hoera!

Yolanda naaide het volgende etmaal beter dan ooit, wat ze hoefde minder voorzichtig te zijn nu de schelp haar vinger beschermde. Andere dames raakten geïnspireerd en in een mum van tijd was het een trend: de vingerhoed was geboren!

A, zo zit het dus!

Inderdaad! De vingerhoed is in Bretagne uitgevonden door Yolanda. Of door de duivel, het is maar hoe je het bekijkt. Er zijn daarom godsvrezende kwezels die de vingerhoed toch links laten liggen. Veiligheidshalve dan. Maar al de rest is sindsdien het gif van de verveling te slim af!


*****

(Deze Bretoense sage las ik in de verzameling van Elsie Masson, waarover ik je later nog wel meer zal vertellen. Binnenkort vertrek ik naar Bretagne om enkele magische  plekken uit hara verhalen met eigen ogen te zien!)

*****

Afbeelding: Bertha Wegmann - Dame ved Sytøjet - 1890.png|Bertha Wegmann - Dame ved Sytøjet - 1890. Via Wikimedia.

De schelp met rode verf, komt uit de collectie van het Rijksmuseum: hij behoorde tot de voorwerpen die de scheepslieden op Nova Zembla bij zich hadden in het Behouden Huis, maar dat is een héél ander verhaal natuurlijk.


zondag 7 juni 2026

Spokologie, een handige veldgids (leestip)

 


Veronica woont bij mij om de hoek, en ze heeft een spook op zolder: den Emiel. Niet dat hij gevaarlijk is, maar vervelend is hij absoluut. Tussen ons gezegd en gezwegen: onze Emiel kan nogal zeuren. Hij heeft immers veel medelijden met zichzelf en jammert dus nachtenlang vol overgave over zijn droevig lot. Eerst luisterde Veronica nog beleefd, zelfs met enig mededogen naar hem. Zo kwam ze erachter dat den Emiel door Sinte Pieter aan de hemelpoort was teruggestuurd. Het zal je maar gebeuren!

Waarom valt Emiel Veronica lastig?

Wel, daar is een heldere en zelfs logische verklaring voor! Toen Emiel ooit eens met zijn vingers tussen de deur zat, deed hij in een vlaag van geloofsijver de belofte om te voet van Leuven naar Scherpenheuvel te trekken. Dat is even doorbijten, maar ook goed te doen. Een dagje wandelpret met enkele leuke cafeetjes tussendoor, klinkt uiteindelijk als een fijn uitje, toch? Zijn vurige wens werd dan ook verhoord. Maar, nu komt het: de volgende jaren heeft Emiel geen poot verzet om zijn belofte ook echt waar te maken! Er was altijd wel een ander excuus dat hem heeft tegengehouden, en ja plots was hij dood. Toen was het natuurlijk te laat.

Of misschien ook niet, want Emiel wil Veronica zover krijgen om in zijn plaats alsnog naar Scherpenheuvel te trekken. Zijn eigen familieleden zijn daar niet braaf genoeg voor en alle hoop is nu op Veronica gevestigd. Zij is immers een pilaarbijter en heeft een zieltje, zo zuiver als kristal.

Gaan of niet gaan, dat is de vraag

Veronica neemt de uitdaging echter niet meteen aan. Ze is immers op leeftijd en heeft Emiel al meermaals verzocht een jongere vervanger te zoeken. Maar Emiel houdt voet bij stuk, door nachtenlang te zuchten, te klagen en te jammeren.

Nu is het geduld van Veronica niet onuitputtelijk en dus haalt ze meneer pastoor erbij om paal en perk te stellen aan deze spookstalking. Maar, helaas, volgens meneer pastoor zit er niets anders op: het is of slapen of een bedevaart maken, om het maar even heel helder te stellen.

Zo is die arme Veronica dus toch op hoge leeftijd nog naar Scherpenheuvel vertrokken. Deels uit godsvrucht maar vooral om af te geraken van die zeurpiet op zolder. Want elke nacht moeten luisteren naar het zelfbeklag van den Emiel, dat houdt geen mens vol!

Veldgids voor spoken en geesten


Maar wat voor type geest is die Emiel, vroeg ik me af? Wel, in het leuke boekje Spokologie een veldgids voor spoken en geesten in de lage landen vond ik hem terug als dolende geest (domesticus errans). 

Dat zijn geesten die vooral terugkomen omdat ze onafgemaakte zaken hebben op aarde. Het komt dus vaker voor en Veronica is niet alleen!

In dit handig naslagwerkje vind je ook informatie over heel wat andere geesten, zoals beschermgeesten, droomgeesten, ook de alf waar ik het al eerder over had komt langs net als de hellehond. Als je alles wil weten over engelen of klopgeesten dan kan je hier ook terecht. Ik heb het boekje in elk geval met plezier gelezen en ben nu ook wel erg benieuwd naar de bijbehorende podcast.





Afbeelding: George Cruikshank, Public domain, via Wikimedia Commons

zondag 31 mei 2026

Stiltewandelingen in de abdij van Vlierbeek

Hoe kom jij tot rust? Mijmeren, bezinnen en landen na een drukke week doe ik vaak al wandelend. Ik heb geleerd om daarbij goed te luisteren, te voelen en te kijken. 

Die ervaring deel ik graag met jou tijdens vier stiltewandelingen bij de abdij van Vlierbeek. Ik organiseer die samen met Denise, die de Vlierbeekse meditatiegroep leidt. 

Samen willen we elk seizoen de abdij bewust beleven, om zuurstof op te doen voor het weekend. Deze keer zal ik dus niet uitgebreid verhalen vertellen. wel zal ik hier en daar een korte aanzet doen, die je anders doet kijken en luisteren.

Lijkt het je iets? Meer info vind je in deze flyer:



Afbeelding bovenaan is van: https://id.rijksmuseum.nl/200309284

zondag 24 mei 2026

Herbakken hoofden in Eeklo: iets voor jou?

Ben jij tevreden over je eigen hoofd? Dan wens ik je bij deze een fijne dag, en hoef je niet meer verder te lezen. Heb je toch wat twijfels bij de vormgeving van reukorgaan, kinnebak en oren? Dan loont het de moeite om hier nog even te blijven hangen, want de oplossing ligt dichterbij dan je denkt.

Nee, je hoeft niet naar Turkije af te reizen voor het betere smoelensmeedwerk: je kan gewoon in Eeklo terecht. Ik was er gisteren en hoewel ik geen gebruik heb gemaakt van de diensten van de herbakker, klonk het wel veelbelovend. Vandaar dus enige toelichting bij dit ambacht. Al is een waarschuwing op zijn plaats: wie mooi wil zijn moet pijn lijden.

Het bakproces

Na een intake gesprek en enkele ontwerptekeningen, moet je flink op de tanden bijten. De herbakker zal je namelijk eerst onthoofden. Het hele lijf hermodelleren behoort jammer genoeg niet tot zijn competentieprofiel. Niet dat je dan ijlhoofdig in de wachtkamer hoeft te zitten hoor, maak je geen zorgen. Je krijgt even een kool te leen, dat staat wel zo netjes. Tegenwoordig kan je zelfs kiezen of je een boerenkool wil, een spitskool of een rode kool: kansen te over om jouw persoonlijkheid uit te drukken. (Ik zou zelf voor de bloemkool gaan)

Ondertussen gaat de herbakker aan het boetseren, dat vergt uiteraard de nodige concentratie, dus hij zet de GSM dan even uit. Eens tevreden over het resultaat voegt hij nog een laagje eigeel toe voor een prachtige teint en dan hoppa, de houtgestookte oven in!

Niet zonder risico

Het ambacht bestaat er vervolgens in om ervoor te zorgen dat het hoofd juist lang genoeg gebakken wordt. Net als bij spaghetti is al dente het streefdoel. Helaas lukt dat niet altijd, een herbakker is ook maar een mens.  Je loopt dus wel enig gevaar als je je hoofd verliest. Een te lange baktijd levert immers een heethoofd op, en niemand wil als een halve gare naar huis.

Om die redenen heb ik toch maar afgezien van het aanlokkelijke voorstel. Zo'n misbaksel ben ik nou ok weer niet. En jij? Op naar een weekendje Eeklo?


Schilderij: Rijksmuseum, via deze link:

zondag 17 mei 2026

De heilige van Mei is Collan van Wales



Als dit verhaal één moraal heeft, dan is het wel dat je boekenwurmen met rust moet laten. Als dat het geval zou zijn geweest in onderstaande context, dan zou een drama vermeden zijn. Maar, er zijn altijd cultuurbarbaren die het beter denken te weten. Tsss.

Bon, de lezer in kwestie was Collan, een heilige die na een carrière als soldaat zijn introverte kant zodanig had omarmd dat hij niets liever deed dan zich terugtrekken met een serieus lectuurpakket. Wat kon hij bij het licht van een kaars genieten van rake zinnen, doorwrochte gedachtes en inspirerende ingevingen! 

Laat hem, denk je dan, maar dat was buiten enkele lieden gerekend die ik enkel kan omschrijven als boerenkinkels. 

Deze twee verstoorden de avondrust met zoveel stampij, dat onze Collan zijn zelfbeheersing verloor (niets menselijks blijkt heiligen vreemd) en dus woedend het raam opentrok om de stoorzenders van repliek te dienen. Waar hij excuses had verwacht, ontving hij bijkomende verwijten. En, als of dat nog niet erg genoeg was, suggereerde het schorriemorrie bovendien dat Collan maar beter zijn mond zou houden, anders zou Gwynn ap Nud, de elfenkoning hem komen halen. "Niets te elfenkoning!" gilde Collin buiten zinnen, terwijl hij het raam dichtsmeet. (En vervolgens enkele uren nodig had om zichzelf te herpakken)

Soit, het kwaad was geschied, want de volgende ochtend al verscheen er een faunachtig wezen op zijn stoep, die hem - beleefd maar duidelijk - uitnodigde om kennis te maken met de Gwynn. Collan was ondertussen gekalmeerd en slaagde er zelfs in op beschaafde wijze te bedanken voor de eer "Maar doe hem wel mijn hartelijke groeten", riep hij nog bij het afscheid, terwijl hij zijn volgende boek al opensloeg.

Het mocht niet baten, want die nacht kwam de faun terug, een pak minder hoffelijk. Hij greep Collan respectloos bij de lurven en nam hem mee naar een heuvel een stukje verder op. Onze heilige kon gelukkig nog net een flesje wijwater mee grissen, zodat hij niet met lege handen zou aankomen.

Gwynn ap Nud bleek de kwaadste niet, aanvankelijk was hij zelfs zeer voorkomend toen hij Collan welkom heette in zijn sprookjespaleis. Dat was dan ook prachtig, vol bloemen, ontspannende muziek, kalmerende geuren en prachtige elfen. Collan keek met bewondering rond, maar wist één ding heel zeker: "Kijken mag, aankomen niet". Dat had trouwens geen betrekking op de elfen, maar wel op de lekkernijen die men hem serveerde. "Eén hapje van een roomsoes kan fataal zijn", wist Collin, "en van die betoverende schuimwijn blijf ik ook maar beter af!".

Gwynn bleef nog even proberen met mocktails en verantwoorde bloemkoolhapjes, maar Collin hield voet bij stuk. Om het over een andere boeg te gooien, probeerde de elfenkoning nog complimentjes los te peuteren over de outfits van zijn hovelingen: "Vindt u het rood en het blauw niet prachtig?". Maar Collin was ondertussen al volledig overprikkeld. "Nee!" riep hij verstoord: "Het rood is te fel, zoals de vlammen in de hel, en het blauw is zo koel als de dood!"

Er viel een stilte. Dit was immers zodanig onverwacht, onbeleefd en ongepast dat Gwynn naar adem snakte en totaal geen idee had hoe hij hierop moest reageren. Collan maakte vlug van de gelegenheid gebruik om zijn flesje wijwater te ontkurken en over de paleisvloer leeg te gieten. En dat had effect: want als bij toverslag verdween het hele luchtkasteel. Weg hovelingen, weg feestbanket en weg Gwynn. Toen de laatste druppel was vergoten, stond Collan helemaal alleen op een heuvel. Grinnikend, dat wel.

Kijk, dat had dus echt niet gehoeven, als men hem gewoon had laten lezen hè. 

We vieren Collan op 21 mei met een ongestoord leesuurtje: geniet ervan!

**********

Davind vander kellen: lezende monnik, https://id.rijksmuseum.nl/200210671

Elfen koning en koningin: E. Stuart Hardy (illustrator), Public domain, via Wikimedia Commons

Elfenkoning in opperste staat van verwarring: Internet Archive Book Images, No restrictions, via Wikimedia Commons



zaterdag 9 mei 2026

De ups en downs van een zeemeermin (leestip)

Vroeger wou ik graag zeemeermin worden, of elfje daar was ik niet helemaal uit. Helaas heb ik geen van beide ambities kunnen waarmaken. Hoewel ik nog af en toe denk dat het heerlijk zwemmen zou zijn met een glitter-vissenstaart.

Groot was mijn verbazing dus toen ik deze week las dat zeemeerminnen in het verleden een slechte reputatie hadden. In het beste geval waren het geslepen verleidsters die mannen in de diepte verdronken. Ontzettend ijdele wichten bovendien, die steevast met een kam en een spiegel in de weer waren. Ze droegen hun haren los, wat echt niet gepast was voor een dame van stand. Maar kom, dat waren ze ook niet, de sloeries!

Achter hun instagrammable facade gingen vaak afschuwelijke monsters schuil met scherpe tanden en akelige klauwen stinkend naar rotte eieren. Hun staarten hadden in werkelijkheid niets parelmoerigs, maar leken eerder op slijmerige slangen. Wee de man die zich door hun gezangen of rondborstige aanblik van de wijs liet brengen: enkel de hel was nog goed genoeg voor hem. Als je je dus laat vertederen door snoezige meerminnen op middeleeuwse kerkportalen, weet dan dat ze pure vrouwenhaat symboliseren, of toch angst voor de kracht van lust en begeerte. 



Ondanks dat slechte imago werden niet alle zeemeerminnen over eenzelfde kam geschoren. Melusine bijvoorbeeld, de legendarische voormoeder van de Plantagenets, was dan weer heel beminnelijk. Ze had alleen de pech dat haar man zijn belofte brak. Het was immers afgesproken dat hij haar op zaterdagen ongestoord zou laten badderen. Toen hij toch door het sleutelgat piepte en haar ware aard ontdekte was het uit met de pret. Melusine vloog het raam uit, want vleugels had ze blijkbaar ook.

Later kwam Andersen met zijn lieve, smachtende, kleine zeemeermin als tegengewicht tegen de mannen verslindende vamps die in de negentiende eeuw doorgaans ten tonele werden gevoerd. Vanaf dan staat de zeemeermin ook voor onschuld, en voor het gevoel er niet helemaal bij te horen.

Vandaag zijn zeemeerminnen niet alleen het logo van Starbucks ook vormen ze een symbool voor het feminisme. En ze staan centraal in één van de mooiste kinderboeken ooit: Lampje!

Sarah Clegg neemt je in dit boek mee langs de woelige geschiedenis van zeemeerminnen en hun zusters Als de Lamia, de sirenes en Lilith, de eerste vrouw van Adam. Het is een boeiende geschiedenis waar je wel even je hoofd bij moet houden maar die inspanning wordt dubbel en dwars beloond.








Credits afbeeldingen
- Glas in lood: GO69, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
- Melusine: anonymous, Public domain, via Wikimedia Commons

zaterdag 2 mei 2026

Zes manieren om je huis demon-proof te maken





Het zal je maar gebeuren. Wil je even rustig smikkelen bij de open haard, komt een duiveltje je storen. Zo'n plaaggeest buiten krijgen is onbegonnen werk, daarom handel je beter preventief, en zorg je ervoor dat deze dondersteen niet binnenkomt. 

Wie vandaag zijn huis wil beveiligen investeert daarbij in een alarmsysteem of schaft een dobberman aan om onverwachte bezoekers af te blaffen. In beide gevallen gaat het om een doeltreffende, maar serieuze financiële aderlating. Het loont dan ook de moeite om eens te kijken hoe onze voorouders dat aanpakten. We zouden er zomaar iets van kunnen leren.


Basistip: aandacht voor de drempel


Zo’n honderd jaar geleden focuste de betere beveiliging zich op de drempel van de voordeur. Terecht, want dat was immers dé grens tussen binnen en buiten. En daar kon vanalles gevaarlijks gebeuren. De voornaamste reden daarvan was dat er onder elke drempel een duiveltje woonde. Hoe die daar gekomen was, is niet helemaal duidelijk, en de bronnen vertellen evenmin wat die duivel daar zoals de hele dag zat te doen. Waarschijnlijk fungeerde hij als een soort omgekeerde bewakingsagent: ééntje die vooral onheil, ziekte en ongeluk binnenliet. En die dus altijd op de loer was om je bij je enkels te grijpen, hoe akelig! Om die reden was het sowieso een goed plan om nooit op een drempel te gaan staan. Dat     zou de duivel wakker maken. 

(Meteen snap je ook waarom we een bruid over de drempel dragen. Als zij nog tipsy van de cava per ongeluk op de drempel stapt, dan is het foute boel nog voor de wittebroodsweken zijn begonnen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor haar huwelijkspartner natuurlijk, die eveneens verondersteld wordt nuchter te zijn en op kousenvoeten het huis kan binnensluipen. Laten we de verantwoordelijkheid dus eerlijk verdelen over beide partijen.)


Concreet aan de slag! 


Er zijn verschillende manieren om je dempel extra te beveiligen. Ik rangschik ze even van spotgoedkoop, naar pokkeduur, aan jou de keuze waarin je investeert.
  1. Bestrooi de drempel met zout of wijwater/ (indien beide: dan best eerst het water en dan het zout natuurlijk). Deze reinigen de drempel en houden kwade krachten tegen. Tovenaars en ander gespuis durven dan de drempel niet meer over, en dat is precies wat je moet hebben. (tevens: goedkope manier om te ontdekken wie de kwaadwilligen zijn in jouw omgeving!)
  2. Schrijf met krijt een afwerende spreuk op de drempel of de voordeur. Regelmatig bijwerken is nodig, maar het helpt echt. Literaire parels zijn een leuke extra, maar niet noodzakelijk.
  3. Koop enkele leuke sokken, die naar gelang het seizoen heerlijk warm of lekker fris aanvoelen. Laat je schoenen buiten staan en sluip op kousenvoeten het huis binnen. Scheelt nadien ook een flinke stofzuigbeurt, dus je slaat meerdere vliegen in één klap! Was de sokken wel regelmatig, want duiveltjes worden extra enthousiast van zweetvoeten.
  4. Spijker een geluksbrenger boven de deur. Zoals een hoefijzer bijvoorbeeld. Je ziet op het plaatje hierboven meteen dat de duivel angstig wegholt (al zou ik toch zeggen: "Mevrouw, zet even een stapje opzij, u stata wel erg op de drempel!")
  5. Begraaf onder de drempel een kruisje of een schapuliertje (een kettinkje met een afbeelding van een heilige) Dit werkt nog tien keer zo afstotend als zout of wijwater. Het vergt alleen de nodige moed, want je moet die drempel dan wel openbreken. Ik kan me voorstellen dat een demon daar ietwat knorrig op reageert. Je moet dus voorzichtig zijn en bij voorkeur een rein geweten hebben. Niet voor iedereen een optie dus.
  6. Hang naast of liever nog boven de deur een heiligenbeeld. Een kapelletje is beter. Nog beter: met een permanent brandend kaarsje. Dat helpt altijd, want demonen hebben een hekel aan alles wat licht, gezellig en kleurrijk is.

Een beetje reiziger weet dat deze bijzondere status van de drempel ook in andere culturen gekend is. Ook daar worden deuren extra beveiligd, en mag men zelfs niet met schoenen het huis binnenkomen. De overgang tussen de buitenwereld en de privésfeer is nu eenmaal ontzettend belangrijk.

Wil je dus echt zorgeloos genieten van de betere snack tijdens een rustig avondje thuis, zonder dat een duivel je het vuur aan de schenen legt? Beveilig dan je drempel en er kan je niets gebeuren!

 ******



Het was niet zo makkelijk om een goede illustratie te vinden, maar deze was toch leuk, niet? 
See page for author, CC BY 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/2.0>, via Wikimedia Commons (A self-indulgent man afflicted with gout: the pain is represented by a demon burning his foot. Coloured lithograph by G. Cruikshank, 1818, after Captain Hehl.





zaterdag 18 april 2026

Groetjes van Medusa uit Istanbul


Bad hairdays hebben we allemaal wel eens, dat hoeft op zich geen ramp te zijn. Wakker worden met een hoofd vol slangen is dat wel. Wat een drama! Zo onrustig ook met al dat gekrioel en onophoudelijk gesis rond haar oren. “Zou dat wennen?”, vraagt Medusa zich vertwijfeld af.

Bovendien, hoe onderhoud je een dergelijke coiffure? Geen stijltang die de slangen de baas kan en een verzorgend masker heeft ook weinig zin. Trouwens, zouden die slangen straks in haar oren bijten? Moest ze hen wormen voeden (o, horror) of zouden ze enkel tevreden zijn met levende muizen (o, horror maal twee)? Hoe vaak zouden ze eigenlijk moeten eten? Athena had blijkbaar ze niet helemaal stilgestaan bij de praktische consequenties van dit kapsel. Het leek Medusa nu al heel vermoeiend!

“Aanvaard wat je niet kan veranderen”, zei Medusa dan maar tegen zichzelf, “elk nadeel heb zijn voordeel!”. Geen dure kappersafspraken meer, geen ellenlange kamsessies om de klitten eruit te krijgen en vooral geen ongewenste mannelijke aandacht meer. Dat was misschien nog het allerbelangrijkste.

Wat Poseidon haar vannacht had aangedaan was onvergeeflijk! Opeens was hij daar, die macho van de zee. Hij vond zichzelf onweerstaanbaar, maar zij veel niet zo op spierbundels met vissenstaarten en bedankte dus beleefd voor de eer. Helaas vatte hij dat op als valse bescheidenheid en greep haar toch daar in die tempel van Athena. Er vloeide bloed op die heilige plek. Zo pijnlijk, zo beschamend!

Athena was aanvankelijk kwaad. Ze zei dat het haar eigen fout was. Medusa had vast weer met haar mooie haren lopen showen. “Ik zei je toch dat je ze in saaie vlechten moet opsteken!”. Pas toen Athena haar tranen en blauwe plekken zag begreep ze het, en werd het stil. Athena was niet zo van de moederlijke knuffels en psychologische ondersteuning (ieder haar talenten), maar beloofde wel ervoor te zorgen dat Medusa geen last meer zou hebben van mannelijke aandacht: “Alle mannen gaan verstenen als ze jou zien, let maar op!”

Ja, dat leek een fijn plan, een opluchting zelfs. Maar Medusa had niet begrepen dat dit een dramatische make-over zou worden. Nu ze het resultaat ziet, is ze niet helemaal overtuigd dat het een goede deal was. Integendeel, ze kreeg er letterlijk kopzorgen bij.

Arme Medusa, waarom kreeg Poseidon eigenlijk geen straf?

*******



Ik kwam Medusa vorige week tegen in Istanbul. Daar verbleef ze in een wonderlijke ondergrondse Basilica. Haar hoofd werd er gebruikt als pilarensteun, wat een tikje respectloos was. Maar deze Byzantijnse vorm van recyclage zorgde er wel voor dat ze bewaard bleef. En dat ik bij thuiskomst haar verhaal opzocht. Met dank aan Ovidius kwam ik te weten waar ze haar slangenkapsel aan had verdiend. Was het nu een straf of een zegen? In elk geval laat het weer zien dat goden met alles wegkomen.





(De tweede foto van de Medusa pilaar is van Ank Kumar, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons)


Zullen we samen iets organiseren?

Vertragen in drukke tijden, Verbeelding aan het werk zetten, Verbinding maken met elkaar, Verdieping opzoeken Voila, vier redenen waarom...